Chapter, Verse
1 1, 16| krijgslieden; en hij was daar ledig, en hield maaltijden,
2 2, 5 | water zullen toebereiden, daar ik tegen hen zal uittrekken
3 2, 12| zijn wagenen, en trok van daar naar het gebergte.~
4 2, 13| de kinderen Ismaëls, die daar woonden aan de woestijn
5 2, 18| aan de zee woonden, die daar waren in Sidon en Tyrus,
6 2, 18| in Sidon en Tyrus, en die daar woonden te Sur en Okina,
7 2, 18| Sur en Okina, en allen die daar woonden tot Jemnaän; en
8 2, 18| woonden tot Jemnaän; en die daar woonden in Azote en Askalon
9 3, 14| Scythopolis, en hij was daar een ganse maand stil, opdat
10 4, 6 | degenen die opklimmen zouden, daar de toegang eng was, en uiterlijk
11 5, 8 | Mesopotamië gebracht, en hebben daar vele dagen als vreemdelingen
12 5, 8 | land Kanaän, en zij bleven daar wonen, en zijn vermenigvuldigd
13 5, 9 | Kanaän bedekt) en woonden daar als vreemdelingen totdat
14 5, 9 | wedergekeerd zijn, en zij zijn daar geworden tot een grote menigte,
15 5, 24| 24 Maar zo daar geen ongerechtigheid onder
16 5, 25| hetwelk de tent omringde en daar rondom stond.~
17 6, 9 | geworpen hadden, lieten zij hem daar liggen, en keerden weder
18 7, 2 | behalve de krijgsrusting; en daar was een zeer grote menigte
19 7, 13| hen omsingeld hadden en daar geen middel was om hun te
20 7, 13| doorgangen der poorten, en daar was geen kracht meer in
21 7, 18| 18 En daar rees een groot en eendrachtig
22 8, 7 | akkers, en zij hield zich daar op.~
23 8, 8 | 8 En daar was niemand die haar enige
24 8, 25| goeder harte gezegd, en daar is niemand die uw woorden
25 9, 4 | beraadslaagd hebt, zijn daar komen staan, en hebben gezegd:
26 10, 16| tent van Holofernes, en daar kwam een oploop door het
27 11, 3 | blijven, en ook voortaan; want daar is niemand die u zal verongelijken,
28 11, 12| gezonden (omdat ook die daar wonen hetzelfde hebben gedaan),
29 11, 14| gehele macht uittrekken; en daar is geen van hen, die u zal
30 11, 16| die geen herder hebben, en daar zal niet een hond zijn,
31 11, 19| 19 Daar is dergelijke vrouw niet
32 12, 3 | halen, om u te geven, want daar is niemand van uw geslacht
33 13, 4 | weg van haar aanschijn, en daar werd niemand, noch klein
34 15, 2 | 2 En daar was geen mens die staande
35 15, 5 | desgelijks ook die van Jeruzalem daar gekomen waren, en uit het
36 15, 8 | veld kregen veel buit, want daar was een zeer grote menigte.~
37 16, 17| hij heeft ze gebouwd, en daar is niemand die uw stem zal
38 16, 30| 30 En daar was niemand meer, die de
|