Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
wanneer 6
want 70
wapenen 4
waren 32
was 57
wat 17
water 5
Frequency    [«  »]
32 had
32 hebt
32 judith
32 waren
32 zult
31 wij
31 zeer

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

waren

   Chapter, Verse
1 1, 2 | gehouwen stenen, die drie ellen waren in de breedte, en zes ellen 2 1, 9 | tot allen die in Samaria waren, en tot hun steden, en over 3 1, 12| en allen die in Egypte waren, totdat men komt aan de 4 2, 3 | zijns monds niet nagevolgd waren.~ 5 2, 14| hoge steden die gelegen waren aan de beek Albonai, totdat 6 2, 18| de zee woonden, die daar waren in Sidon en Tyrus, en die 7 4, 2 | uitermate bevreesd voor hem, en waren zeer bevreesd voor de stad 8 4, 2 | Heren huns Gods, want zij waren onlangs wedergekomen uit 9 4, 2 | altaar en het huis Gods waren van de ontheiliging geheiligd.~ 10 4, 4 | hun vlekken, die daarop waren, en beschikten koren tot 11 4, 4 | velden kort tevoren afgemaaid waren.~ 12 5, 7 | in het land van Chaldea waren;~ 13 5, 11| plagen, die niet te genezen waren en de Egyptenaars dreven 14 5, 22| waarheen zij verstrooid waren, en hebben zich te Jeruzalem 15 6, 1 | die rondom de vergadering waren, ophield, zo zei Holofernes 16 6, 8 | fonteinen, die onder Bethulië waren; en als de mannen der stad 17 6, 11| stad, welke op die tijd waren Ozias, de zoon van Mika, 18 7, 2 | mannen, die onder hen te voet waren.~ 19 7, 6 | Israëls, die te Bethulië waren, en bezichtigde de toegangen 20 7, 12| legerden zij in grote hopen, en waren een zeer grote menigte;~ 21 7, 20| hun huizen gezonden en zij waren in grote vernedering in 22 8, 9 | dewijl zij kleinmoedig waren vanwege de schaarsheid des 23 9, 4 | dingen gedaan, welke voor die waren, en die dingen zelf, en 24 10, 16| haar gedaan hadden. En zij waren verwonderd over haar schoonheid, 25 12, 10| die over de gemene zaken waren, en hij zeide tot Bagoas 26 13, 2 | naar hun bedden, want zij waren allen vermoeid, omdat de 27 15, 1 | EN als die in de tenten waren dat hoorden, ontzetten zij 28 15, 5 | van Jeruzalem daar gekomen waren, en uit het ganse gebergte, 29 15, 15| de vrouwen die bij haar waren, en zij kroonden zich en 30 15, 15| en degenen, die bij haar waren met olijftakken. En zij 31 16, 9 | verhoging dergenen die benauwd waren in Israël.~ 32 16, 22| nu te Jeruzalem gekomen waren, aanbaden zij God, en toen


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License