Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hebben 49
hebbende 1
hebreeuwse 3
hebt 32
heden 4
heeft 47
heen 7
Frequency    [«  »]
34 dagen
33 door
32 had
32 hebt
32 judith
32 waren
32 zult

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

hebt

   Chapter, Verse
1 6, 2 | zo geprofeteerd en gezegd hebt, dat wij het geslacht Israëls 2 6, 5 | die deze woorden gesproken hebt, in de dag uwer ongerechtigheid, 3 7, 13| zulk een groot onrecht ons hebt aangedaan, en geen woorden 4 7, 13| en geen woorden van vrede hebt gesproken tot de kinderen 5 7, 19| En Ozias zeide tot hen: Hebt goede moed, broeders, laat 6 8, 10| tegen het volk gesproken hebt, en hebt de eed gesteld, 7 8, 10| volk gesproken hebt, en hebt de eed gesteld, die gij 8 8, 10| gesteld, die gij gesproken hebt, tussen God en ons, en hebt 9 8, 10| hebt, tussen God en ons, en hebt beloofd, dat gij de stad 10 8, 11| gij God op de huidige dag hebt verzocht, en hebt u in Gods 11 8, 11| huidige dag hebt verzocht, en hebt u in Gods plaats gezet, 12 8, 25| haar: Alles wat gij gezegd hebt, dat hebt gij van goeder 13 8, 25| wat gij gezegd hebt, dat hebt gij van goeder harte gezegd, 14 8, 28| dagen, na welke gij gezegd hebt de stad aan onze vijanden 15 9, 2 | zwaard in zijn hand gegeven hebt tot wraak over de vreemden, 16 9, 2 | waarom gij hun oversten hebt gegeven om gedood te worden, 17 9, 2 | gekend had, tot bloed, en hebt de knechten geslagen met 18 9, 3 | 3 En hebt hun vrouwen gegeven tot 19 9, 4 | 4 Want gij hebt de dingen gedaan, welke 20 9, 4 | dingen, die gij beraadslaagd hebt, zijn daar komen staan, 21 10, 9 | volbrengen, waarvan gij met mij hebt gesproken, en zij bevalen 22 10, 15| zij zeiden tot haar: Gij hebt uw leven behouden, dewijl 23 10, 15| behouden, dewijl gij u gehaast hebt af te komen tot het aangezicht 24 11, 21| zult doen gelijk gij gezegd hebt, zo zal uw God mijn God 25 13, 22| vijanden van uw volk teniet hebt gemaakt.~ 26 13, 25| gij uw leven niet gespaard hebt, om der vernedering wil 27 13, 25| gij oprecht voor onze God hebt gewandeld.~ 28 14, 6 | gij in deze dagen gedaan hebt. En Judith verhaalde hem 29 15, 11| roem van ons geslacht. Gij hebt dit alles gedaan door uw 30 15, 11| gedaan door uw hand. Gij hebt aan Israël goed gedaan, 31 16, 17| schepsel u diene, want gij hebt het gezegd, en zij zijn 32 16, 17| en zij zijn geworden. Gij hebt uw geest uitgezonden, en


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License