Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zee 6
zeeën 1
zeekant 2
zeer 31
zeg 1
zegenden 2
zeggen 1
Frequency    [«  »]
32 waren
32 zult
31 wij
31 zeer
30 stad
28 mij
27 leger

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

zeer

   Chapter, Verse
1 1, 6 | koning der Elymeërs, en zeer vele volken der kinderen 2 1, 12| 12 En Nabuchodonosor werd zeer verstoord tegen al dat land; 3 1, 16| vele volken bestaande, een zeer grote menigte van krijgslieden; 4 2, 8 | ezelen tot hun bagage, een zeer grote menigte; mitsgaders 5 2, 10| zilver uit des konings huis, zeer veel.~ 6 2, 18| Askalon vreesden hem uitermate zeer.~ 7 4, 2 | bevreesd voor hem, en waren zeer bevreesd voor de stad Jeruzalem, 8 5, 2 | 2 En hij werd zeer toornig, en hij riep al 9 5, 8 | goud, en zilver, en aan zeer veel vee.~ 10 5, 20| zijn zij door vele oorlogen zeer verwoest geworden.~ 11 6, 16| vertroostten Achior en prezen hem zeer.~ 12 7, 2 | krijgsrusting; en daar was een zeer grote menigte van mannen, 13 7, 4 | hun menigte zagen, werden zeer ontroerd, en de een zeide 14 7, 12| grote hopen, en waren een zeer grote menigte;~ 15 8, 7 | schoon van gedaante, en zeer fraai van aanzien, en Manasse 16 8, 8 | oplegde, want zij vreesde God zeer.~ 17 10, 4 | sieraad, en versierde zich zeer, tot bedrog van de ogen 18 10, 7 | verwonderden zij zich uitermate zeer over haar schoonheid.~ 19 10, 14| aanmerkten, zo was het voor hen zeer wonderlijk in schoonheid.~ 20 11, 10| ontbroken heeft, en al het water zeer weinig is geworden, zo hebben 21 12, 20| vrolijk over haar, en dronk zeer veel wijn, zodat hij nooit 22 13, 2 | vermoeid, omdat de maaltijd zeer lang geduurd had; en Judith 23 13, 3 | gevallen, want de wijn had hem zeer bevangen.~ 24 13, 21| al het volk ontzette zich zeer, en zich nederbuigende, 25 14, 7 | Israëls gedaan had, geloofde zeer aan God, en besneed het 26 14, 16| klederen, en hun ziel werd zeer beroerd.~ 27 15, 7 | verrijkten zich daarbij zeer.~ 28 15, 8 | buit, want daar was een zeer grote menigte.~ 29 16, 26| En zij was in haar tijd zeer geëerd in het gehele land.~ 30 16, 28| 28 En zij nam zeer toe, en was zeer groot, 31 16, 28| zij nam zeer toe, en was zeer groot, en zij werd oud in


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License