Chapter, Verse
1 2, 5 | en gij zult met u nemen mannen die op hun sterkte betrouwen,
2 2, 7 | Assyriërs, en telde uitgelezen mannen tot de krijg, gelijk hem
3 2, 17| uit, en sloeg al hun jonge mannen met de scherpte des zwaards.~
4 3, 6 | 6 En die mannen zijn tot Holofernes gekomen,
5 3, 8 | tot zijn krijg, uitgelezen mannen.~
6 4, 6 | en uiterlijk voor twee mannen naast elkander.~
7 4, 8 | 8 En al de mannen Israëls riepen tot God met
8 4, 10| 10 En alle mannen Israëls en vrouwen, ook
9 6, 1 | EN als het gemurmel der mannen, die rondom de vergadering
10 6, 8 | Bethulië waren; en als de mannen der stad hen op de spits
11 7, 2 | 2 Zo trokken alle kloeke mannen onder hen op in die dag.
12 7, 2 | hun macht van strijdbare mannen was honderdenzeventigduizend
13 7, 2 | een zeer grote menigte van mannen, die onder hen te voet waren.~
14 7, 10| uw leger, en behoud al de mannen van het heer, en laat maar
15 10, 4 | tot bedrog van de ogen der mannen, zovelen haar aanzien zouden.~
16 10, 10| haar maagd met haar, en de mannen der stad zagen haar na,
17 10, 13| gebergte veroveren, en van zijn mannen zal niemand omkomen, noch
18 10, 14| 14 Als nu de mannen haar woorden hoorden, en
19 10, 16| verkozen uit zich honderd mannen, en voegden die bij haar
20 11, 7 | woorden gehoord, dewijl hem de mannen van Bethulië gekregen hebben,
21 13, 14| En het geschiedde als de mannen dier stad haar stem hoorden,
22 14, 2 | en gij allen, die kloeke mannen zijt, zult uitgaan buiten
23 14, 8 | van de muur uit, en alle mannen Israëls namen hun wapenen,
24 15, 3 | hen uit alle strijdbare mannen van de kinderen Israëls.~
25 15, 15| leidende al de vrouwen, en alle mannen Israëls volgden gewapend
26 16, 6 | verbranden, en dat hij mijn jonge mannen zou ombrengen door het zwaard,
27 16, 8 | niet gevallen door jonge mannen, en de kinderen der Titanen
|