Chapter, Verse
1 2, 6 | en gij zult niet een der woorden uws heren overtreden, maar
2 3, 1 | zonden gezanten tot hem met woorden van vrede, zeggende:~
3 3, 6 | zulks geboodschapt naar deze woorden.~
4 5, 25| als Achior ophield deze woorden te spreken, dat al het volk
5 6, 4 | heeft het gezegd, en de woorden zijner rede zullen niet
6 6, 5 | der Ammonieten, die deze woorden gesproken hebt, in de dag
7 6, 6 | gesproken, en geen mijner woorden zal ontvallen.~
8 6, 13| antwoordende, verhaalde hun de woorden van de raad van Holofernes
9 6, 13| van Holofernes en al de woorden die hij gesproken had in
10 7, 11| 11 En deze hun woorden behaagden Holofernes, en
11 7, 13| hebt aangedaan, en geen woorden van vrede hebt gesproken
12 7, 17| opdat hij niet doe naar deze woorden op de dag van heden.~
13 7, 20| komt, zo zal ik naar uw woorden doen. En zo heeft hij het
14 8, 9 | Judithl hoorde de kwade woorden des volks tegen de oversten,
15 8, 9 | Judith hoorde ook al de woorden die Ozias tegen hen gesproken
16 8, 13| en kunt niet vatten de woorden zijner bedenking, en hoe
17 8, 25| en daar is niemand die uw woorden kan tegenstaan. Want uw
18 10, 1 | God Israëls, en al deze woorden geëindigd had.~
19 10, 13| legers, om hem waarachtige woorden te boodschappen, en ik zal
20 10, 14| 14 Als nu de mannen haar woorden hoorden, en haar aangezicht
21 10, 16| maar boodschap hem naar uw woorden, en hij zal u weldoen. En
22 11, 4 | Judith zeide tot hem: Neem de woorden uwer dienstmaagd aan, en
23 11, 4 | boodschappen. En indien gij de woorden uwer dienstmaagd zult volgen,
24 11, 7 | uw raad, wij hebben zijn woorden gehoord, dewijl hem de mannen
25 13, 4 | had met Bagoas dergelijke woorden gesproken; en zij gingen
26 14, 16| leger der Assyriërs deze woorden hoorden, zo scheurden zij
|