Chapter, Verse
1 2, 5 | zal met hun doden vervuld worden, en ik zal hun gevangenen
2 6, 4 | hun bergen zullen dronken worden in hun bloed, en hun vlakke
3 6, 4 | vlakke velden zullen vervuld worden met hun doden, en niet een
4 6, 6 | zij niet zullen gevangen worden, zo laat uw aangezicht niet
5 7, 10| zullen zij nedergeveld worden op de straten hunner woning.
6 7, 14| hun ogen moeten neergeveld worden door dorst en groot verderf.~
7 7, 16| beter, dat wij hun ten roof worden, zo zullen wij hun tot knechten
8 8, 15| mens, dat hij zou bedreigd worden, noch als een zoon des mensen,
9 8, 15| dat hij zou geoordeeld worden.~
10 8, 20| Judea niet meer zo genoemd worden, en onze heilige plaatsen
11 8, 20| plaatsen zullen beroofd worden, en de Here, onze God, zal
12 8, 20| dienstbaarheid zal niet gericht worden tot genade, maar de Here,
13 8, 26| opdat onze waterbakken vol worden, en wij niet meer gebrek
14 9, 2 | hebt gegeven om gedood te worden, en hun leger, hetwelk hun
15 10, 12| zullen aan u overgegeven worden, om vernield te worden.~
16 10, 12| overgegeven worden, om vernield te worden.~
17 11, 12| zij u zullen overgegeven worden, om vernield te worden op
18 11, 12| overgegeven worden, om vernield te worden op die dag.~
19 11, 20| heer verachten, verdorven worden.~
20 12, 2 | volgt, zal mij toegediend worden.~
21 12, 12| aanschijn verheerlijkt te worden, en met ons tot vrolijkheid
22 12, 12| drinken, en op deze dag te worden als een van de dochteren
23 13, 25| uw hoop zal niet geweerd worden uit het hart der mensen,
24 14, 10| opdat zij geheel verdelgd worden.~
25 16, 18| met hun wateren bewogen worden, de steenrotsen zullen van
|