Chapter, Verse
1 1, 6 | aan de landpale Ragan; en bij hem voegden zich allen,
2 1, 11| Assyriërs, en zij kwamen bij hem niet tot deze krijg,
3 1, 12| al dat land; en hij zwoer bij zijn troon en zijn koninkrijk,
4 2, 11| en veel gemengd volk kwam bij hen, als sprinkhanen, en
5 2, 12| leger van Bektileth af, bij de berg die aan de linkerzijde
6 3, 11| 11 En het was bij hem besloten, dat hij al
7 3, 13| gezicht van die van Esdrelon bij Dothea, welke ligt tegenover
8 4, 5 | de vlakte des velds dat bij Dothaïm is, en beval dat
9 6, 7 | beval zijn knechten, die bij hem in zijn tent stonden,
10 7, 3 | legerden zich in het dal bij Bethulië aan de fontein,
11 7, 12| tegenover Ekrebel, hetwelk ligt bij Chus, die is omtrent de
12 8, 3 | 3 Want hij stond bij degene die de schoven bond
13 8, 3 | Bethulië, en zij begroeven hem bij zijn vaderen, in het veld
14 10, 16| honderd mannen, en voegden die bij haar en haar maagd, en die
15 11, 3 | moed, gij zult deze nacht bij het leven blijven, en ook
16 11, 14| des hemels. En nu ik zal bij u blijven, mijn heer, en
17 12, 3 | wanneer het op zal zijn, dat bij u is, vanwaar zullen wij
18 12, 4 | opgeteerd hebben hetgeen ik bij mij heb, of de Here zal
19 12, 10| de Hebreeuwse vrouw die bij u is, dat zij bij ons kome,
20 12, 10| vrouw die bij u is, dat zij bij ons kome, en met ons ete
21 14, 12| Want hij vermoedde, dat hij bij Judith sliep.~
22 15, 15| en gaf ook de vrouwen die bij haar waren, en zij kroonden
23 15, 15| kroonden zich en degenen, die bij haar waren met olijftakken.
24 16, 24| maanden lang, en Judith bleef bij hen.~
25 16, 25| naar Bethulië, en bleef bij haar goederen.~
|