Chapter, Verse
1 1, 6 | Hydaspes, en in het platte land van Arioch, de koning der
2 1, 9 | en Ramesse, en het gehele land Gesem,~
3 1, 12| zeer verstoord tegen al dat land; en hij zwoer bij zijn troon
4 1, 12| ombrengen al de inwoners van het land Moab, en de kinderen van
5 2, 1 | te oefenen over het ganse land, gelijk hij gezegd had.~
6 2, 2 | mond al het kwaad van dat land.~
7 2, 5 | uittrekken tegen het gehele land naar het westen, omdat zij
8 2, 6 | en tot een roof in al uw land; want zo zeker als ik leef,
9 3, 9 | 9 En zij zelf, en het land dat rondom hen lag, ontvingen
10 5, 2 | en al de vorsten van het land aan de zee.~
11 5, 7 | hunner vaderen, welke in het land van Chaldea waren;~
12 5, 8 | zij zouden gaan uit het land van hun vreemdelingschap,
13 5, 8 | vreemdelingschap, en reizen naar het land Kanaän, en zij bleven daar
14 5, 9 | want hongersnood had het land Kanaän bedekt) en woonden
15 5, 14| hebben zich neergezet in het land der Ammorieten.~
16 5, 21| weggevoerd in een vreemd land, en de tempel huns Gods
17 5, 24| smaad zijn voor het gehele land.~
18 5, 26| van Holofernes, en die het land aan de zee, en der Moabieten
19 7, 4 | aanschijn van het gehele land opslikken, en noch de hoge
20 8, 23| overkomen in Mesopotamië in het land Syrië, als hij de schapen
21 10, 16| overgelaten zijnde het gehele land door listigheid zou kunnen
22 11, 21| vermaard zijn door het gehele land.~
23 16, 26| zeer geëerd in het gehele land.~
|