Chapter, Verse
1 1, 14| 14 En kwam tot Ecbatana toe, en nam
2 2, 11| voetvolk; en veel gemengd volk kwam bij hen, als sprinkhanen,
3 2, 15| die hem wederstonden, en kwam tot aan de landpalen van
4 3, 13| 13 En hij kwam in het gezicht van die van
5 7, 7 | 7 En kwam aan de waterfontein, en
6 7, 13| in hen. En het ganse volk kwam tezamen tot Ozias, en tot
7 8, 3 | in het veld, en de hitte kwam op zijn hoofd, en hij viel
8 10, 2 | riep haar dienstmaagd, en kwam beneden in het huis, waar
9 10, 11| voorwacht der Assyriërs kwam haar tegen, en grepen haar,
10 10, 16| van Holofernes, en daar kwam een oploop door het gehele
11 10, 18| boodschapten hem van haar, en hij kwam uit in de voortent, en hem
12 10, 19| aangezicht en dat zijner dienaren kwam, verwonderden zij zich allen
13 12, 12| ging uit van Holofernes, en kwam tot haar en zeide: Dat de
14 12, 15| vrouwensiersel; en haar dienstmaagd kwam toe, en spreidde voor haar,
15 12, 15| en eten mocht; en Judith kwam in, en zat neder.~
16 13, 15| dacht hun vreemd, dat zij kwam en zij deden de poort open,
17 14, 6 | huis van Ozias. Als hij nu kwam, en het hoofd van Holofernes
18 14, 13| hoorde, deed hij open, en kwam in de slaapkamer.~
19 16, 4 | 4 Assur kwam uit de gebergten van het
20 16, 5 | 5 Hij kwam in met vele duizenden zijner
21 16, 25| naar zijn erve, en Judith kwam weder naar Bethulië, en
|