Chapter, Verse
1 2, 1 | oefenen over het ganse land, gelijk hij gezegd had.~
2 2, 6 | zult het gans volbrengen, gelijk ik u bevolen heb, en gij
3 2, 7 | uitgelezen mannen tot de krijg, gelijk hem zijn heer bevolen had,
4 3, 3 | 3 Doe met ons, gelijk het u behaagt.~
5 3, 4 | open voor u, doe daarmee gelijk het u behaagt.~
6 3, 5 | kom en handel met hen, gelijk het goed is in uw ogen.~
7 7, 10| heer, beoorloog hen niet gelijk in een bestorming geschiedt,
8 7, 11| bepaalden dat men doen zou gelijk zij gesproken hadden.~
9 8, 18| 18 Gelijk wel in de vorige dagen is
10 8, 21| danken die ons verzoekt, gelijk hij ook onze vaders verzocht
11 8, 24| 24 Want gelijk hij hen door vuur beproefd
12 10, 9 | jongelingen haar open te doen, gelijk zij gesproken had, en zij
13 10, 16| kwamen en omringden haar, gelijk zij stond buiten de tent
14 11, 3 | een ieder zal u weldoen, gelijk als geschiedt de knechten
15 11, 16| en gij zult hen drijven gelijk schapen, die geen herder
16 11, 21| indien gij dan zult doen gelijk gij gezegd hebt, zo zal
17 13, 4 | haar uitgang waarnemen, gelijk dagelijks geschied was.
18 13, 13| Israël, en tegen de vijanden, gelijk hij ook heden gedaan heeft.~
19 16, 18| zullen van uw aangezicht, gelijk was, versmelten.~
|