Chapter, Verse
1 2, 13| Pud en Lud, en beroofde alle kinderen van Gases, en de
2 2, 14| 14 En vernielde alle hoge steden die gelegen
3 3, 12| 12 Opdat alle volken, hem, Nabuchodonosor,
4 3, 12| alleen zouden dienen, en alle tongen, en al hun geslachten
5 4, 9 | 9 En alle inwoners, en huurlingen,
6 4, 10| 10 En alle mannen Israëls en vrouwen,
7 6, 1 | volk der uitlanders en tot alle kinderen Moabs:~
8 7, 2 | 2 Zo trokken alle kloeke mannen onder hen
9 9, 19| men onder al uw volk en alle stammen wete en bevinde,
10 11, 5 | die u uitgezonden heeft om alle zielen met orde te richten,
11 13, 23| voor de hoogste God, boven alle vrouwen, die op de aarde
12 14, 6 | zeide: Gezegend zijt gij in alle tenten van Juda, en onder
13 14, 6 | tenten van Juda, en onder alle volken; die van uw naam
14 14, 8 | Holofernes van de muur uit, en alle mannen Israëls namen hun
15 15, 2 | vluchtten gezamenlijk op alle wegen van het vlakke veld,
16 15, 3 | toen vielen tegen hen uit alle strijdbare mannen van de
17 15, 4 | Chebaï, en Chela, en in alle landpalen van Israël, die
18 15, 15| leidende al de vrouwen, en alle mannen Israëls volgden gewapend
19 16, 19| degenen die u vrezen, want alle offerande ten goeden reuk,
|