Chapter, Verse
1 1, 7 | Nabuchodonosor, de koning der Assyriërs, zond tot allen die in Perzië
2 1, 11| Nabuchodonosor, de koning der Assyriërs, en zij kwamen bij hem niet
3 2, 1 | Nabuchodonosor, de koning der Assyriërs, van wraak te oefenen over
4 2, 4 | Nabuchodonosor, de koning der Assyriërs, Holofernes, de veldoverste
5 2, 7 | hoofdlieden van het leger der Assyriërs, en telde uitgelezen mannen
6 5, 1 | krijgsoverste van het heerleger der Assyriërs, geboodschapt dat de kinderen
7 6, 1 | overste des heerlegers der Assyriërs tot Achior, voor het ganse
8 7, 12| en het overige leger der Assyriërs legde zich neder in het
9 7, 13| en het gehele leger der Assyriërs, hun voetknechten, wagenen
10 8, 9 | stad over te geven aan de Assyriërs, na vijf dagen; en zij zond
11 9, 6 | 6 Want ziet, de Assyriërs zijn vermenigvuldigd in
12 10, 11| heen en de voorwacht der Assyriërs kwam haar tegen, en grepen
13 12, 12| een van de dochteren der Assyriërs, welke in het huis van Nabuchodonosor
14 13, 19| veldoverste van het leger der Assyriërs, en ziet hier, en ziet het
15 14, 3 | hoofdlieden van het leger der Assyriërs opwekken.~
16 14, 8 | opgang des bergs, en de Assyriërs, zo haast zij hen zagen,
17 14, 16| oversten van het leger der Assyriërs deze woorden hoorden, zo
18 15, 7 | vielen in het leger der Assyriërs en beroofden hen, en verrijkten
|