Chapter, Verse
1 5, 25| murmureerde, hetwelk de tent omringde en daar rondom
2 6, 7 | knechten, die bij hem in zijn tent stonden, dat zij Achior
3 8, 5 | zij maakte zichzelf een tent op het dak van haar huis,
4 8, 30| zij keerden weder uit haar tent, en gingen heen naar hun
5 10, 15| En nu, ga voort tot zijn tent, en enigen van ons zullen
6 10, 16| die brachten haar aan de tent van Holofernes, en daar
7 10, 16| gelijk zij stond buiten de tent van Holofernes, totdat zij
8 10, 17| en brachten haar in de tent.~
9 12, 5 | Holofernes brachten haar in de tent, en zij sliep tot de middernacht;
10 12, 9 | inkomende, bleef zij rein in de tent, totdat men haar haar spijs
11 13, 1 | scheiden, Bagoas sloot de tent van buiten toe, en deed
12 13, 2 | werd alleen gelaten in de tent.~
13 14, 4 | gelijkelijk lopen tot de tent van Holofernes, en zullen
14 14, 9 | had, en zij kwamen tot de tent van Holofernes, en zeiden
15 14, 11| klopte aan de voorzaal der tent:,~
16 14, 15| 15 En hij ging in de tent waar Judith zich ophield,
17 15, 13| zij gaven aan Judith de tent van Holofernes, en al het
|