Chapter, Verse
1 1, 1 | jaar van het koninkrijk van Nabuchodonosor, die regeerde in de grote
2 1, 6 | 6 En de koning Nabuchodonosor voerde te dien zelven dage
3 1, 7 | 7 En Nabuchodonosor, de koning der Assyriërs,
4 1, 11| verachtten het woord van Nabuchodonosor, de koning der Assyriërs,
5 1, 12| 12 En Nabuchodonosor werd zeer verstoord tegen
6 2, 1 | gesproken in het huis van Nabuchodonosor, de koning der Assyriërs,
7 2, 4 | raadslag geëindigd had, zo riep Nabuchodonosor, de koning der Assyriërs,
8 2, 11| trok heen voor de koning Nabuchodonosor, en bedekte het gehele aangezicht
9 3, 12| Opdat alle volken, hem, Nabuchodonosor, alleen zouden dienen, en
10 6, 2 | beschermen, en wie is God dan Nabuchodonosor?~
11 6, 4 | ganselijk omkomen. Zo zegt Nabuchodonosor, de heer des gehelen aardrijks,
12 11, 1 | geen mens leed gedaan, die Nabuchodonosor, de koning der ganse aarde,
13 11, 3 | mijns heren, van de koning Nabuchodonosor.~
14 11, 5 | 5 Want zo waar als Nabuchodonosor, de koning der gehele aarde,
15 11, 5 | zullen door uw geweld onder Nabuchodonosor en zijn ganse huis leven.~
16 11, 21| in het huis des konings Nabuchodonosor wonen, en gij zult vermaard
17 12, 12| Assyriërs, welke in het huis van Nabuchodonosor staan.~
|