Chapter, Verse
1 4, 1 | Assyrië, aan die volken gedaan had, en op wat wijze hij
2 6, 5 | aan, totdat ik wraak zal gedaan hebben over dat geslacht
3 8, 22| Gedenkt wat hij met Abraham al gedaan heeft.~
4 9, 2 | zo niet zijn) en die dat gedaan hadden, waarom gij hun oversten
5 9, 4 | Want gij hebt de dingen gedaan, welke voor die waren, en
6 10, 16| hem de boodschap van haar gedaan hadden. En zij waren verwonderd
7 11, 1 | want ik heb geen mens leed gedaan, die Nabuchodonosor, de
8 11, 12| daar wonen hetzelfde hebben gedaan), die hun zouden overbrengen
9 11, 12| zijn, en zij zullen hebben gedaan, dat zij u zullen overgegeven
10 12, 4 | Here zal door mijn hand gedaan hebben, hetgeen Hij heeft
11 13, 13| vijanden, gelijk hij ook heden gedaan heeft.~
12 14, 6 | hetgeen gij in deze dagen gedaan hebt. En Judith verhaalde
13 14, 6 | des volks, al hetgeen zij gedaan had, van de dag aan dat
14 14, 7 | al hetgeen de God Israëls gedaan had, geloofde zeer aan God,
15 15, 9 | het goede dat God Israël gedaan had, en om Judith te zien,
16 15, 11| geslacht. Gij hebt dit alles gedaan door uw hand. Gij hebt aan
17 15, 11| Gij hebt aan Israël goed gedaan, en God hebbe een welgevallen
|