Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dankzegging 1
dapperheid 1
dat 101
de 552
deden 5
deed 7
deelde 1
Frequency    [«  »]
-----
-----
999 en
552 de
266 van
258 het
241 zij

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

de

1-500 | 501-552

    Chapter, Verse
501 15, 8 | overigen; en de vlekken en de steden in het gebergte en 502 15, 9 | 9 En Joachim, de hogepriester, en de raad 503 15, 9 | Joachim, de hogepriester, en de raad van de kinderen Israëls, 504 15, 9 | hogepriester, en de raad van de kinderen Israëls, die te 505 15, 11| 11 Gij zijt de verhoging Israëls, gij zijt 506 15, 11| daaraan. Zijt gezegend voor de Almachtige Here, ten eeuwigen 507 15, 13| En zij gaven aan Judith de tent van Holofernes, en 508 15, 13| en al het zilverwerk, en de bedden, en de bekkens, en 509 15, 13| zilverwerk, en de bedden, en de bekkens, en al zijn huisraad, 510 15, 14| 14 En al de vrouwen Israëls liepen te 511 15, 15| haar handen, en gaf ook de vrouwen die bij haar waren, 512 15, 15| ging voor het ganse volk in de rei, leidende al de vrouwen, 513 15, 15| volk in de rei, leidende al de vrouwen, en alle mannen 514 16, 2 | En Judith zeide: Begint de lof mijns Heren met tambourijn; 515 16, 3 | 3 Want de Here is een God, die de 516 16, 3 | de Here is een God, die de krijgen vermorzelt: want 517 16, 3 | volks, mij verlost, uit de hand dergenen, die mij vervolgden.~ 518 16, 4 | 4 Assur kwam uit de gebergten van het noorden;~ 519 16, 5 | welker menigte verstopte de waterbeken, en hun ruiterij 520 16, 5 | en hun ruiterij bedekte de heuvelen.~ 521 16, 6 | en mijn zuigelingen tegen de aarde slaan, en mijn jonge 522 16, 7 | 7 De Here, de Almachtige, heeft 523 16, 7 | 7 De Here, de Almachtige, heeft hen teniet 524 16, 7 | hen teniet gemaakt, door de hand ener vrouw.~ 525 16, 8 | gevallen door jonge mannen, en de kinderen der Titanen hebben 526 16, 8 | hebben hem niet verslagen, en de grote reuzen hebben hem 527 16, 8 | aangegrepen, maar Judith, de dochter van Merari, heeft 528 16, 8 | machteloos gemaakt, door de schoonheid van haar aangezicht.~ 529 16, 9 | 9 Want zij deed de klederen harer weduwschap 530 16, 11| ziel gevangen genomen, en de sabel is door zijn hals 531 16, 12| 12 De Perzen beefden voor haar 532 16, 12| voor haar stoutheid, en de Meden ontzetten zich over 533 16, 14| 14 De zonen der jonge vrouwen 534 16, 18| 18 Want de bergen zullen uit de fundamenten 535 16, 18| Want de bergen zullen uit de fundamenten met hun wateren 536 16, 18| wateren bewogen worden, de steenrotsen zullen van uw 537 16, 19| het allerminste, maar die de Here vreest is altijd groot.~ 538 16, 20| 20 Wee de volken, die tegen mijn geslacht 539 16, 20| tegen mijn geslacht opstaan, de Here, de almachtige, zal 540 16, 20| geslacht opstaan, de Here, de almachtige, zal over hen 541 16, 20| over hen wraak doen, in de dag des gerichts.~ 542 16, 21| geven, en zij zullen door de pijn tot in eeuwigheid huilen.~ 543 16, 23| 23 En Judith hing op in de tempel al de vaten van Holofernes, 544 16, 23| hing op in de tempel al de vaten van Holofernes, die 545 16, 23| tot een heilige gift voor de Here.~ 546 16, 27| geen man bekende haar al de dagen haars levens, van 547 16, 27| dagen haars levens, van de dag dat haar man Manasse 548 16, 28| en zij begroeven haar in de spelonk van haar man Manasse, 549 16, 29| eer zij stierf, aan al de naaste vrienden van haar 550 16, 29| haar man Manasse, en aan de naaste vrienden van haar 551 16, 30| daar was niemand meer, die de kinderen Israëls enige vrees 552 16, 30| enige vrees aandeed, in de dagen van Judith, noch ook


1-500 | 501-552

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License