Chapter, Verse
1 1, 13| zijn krijg en versloeg de ganse macht van Arfaxad, en al
2 2, 1 | wraak te oefenen over het ganse land, gelijk hij gezegd
3 2, 5 | grote koning, de heer der ganse aarde: ziet gij zult van
4 2, 5 | mijn toorn, en ik zal het ganse aangezicht der aarde bedekken
5 2, 5 | tot de uiterste einden der ganse aarde. Doch gij, uittrekkende
6 2, 11| hij begaf zich met zijn ganse leger op de uittocht, en
7 3, 14| Scythopolis, en hij was daar een ganse maand stil, opdat hij al
8 4, 2 | uit de gevangenis, en het ganse volk was kort tevoren vergaderd
9 4, 3 | 3 En zij zonden in de ganse landpale van Samarië, en
10 5, 27| zullen een aas zijn voor uw ganse leger.~ ~ ~
11 6, 1 | Assyriërs tot Achior, voor het ganse volk der uitlanders en tot
12 7, 13| kracht meer in hen. En het ganse volk kwam tezamen tot Ozias,
13 11, 1 | Nabuchodonosor, de koning der ganse aarde, heeft begeerd te
14 11, 5 | onder Nabuchodonosor en zijn ganse huis leven.~
15 15, 5 | gekomen waren, en uit het ganse gebergte, want zij boodschapten
16 15, 15| olijftakken. En zij ging voor het ganse volk in de rei, leidende
|