Chapter, Verse
1 2, 5 | koning, de heer der ganse aarde: ziet gij zult van voor
2 2, 5 | hen ontbieden, dat zij mij aarde en water zullen toebereiden,
3 2, 5 | het ganse aangezicht der aarde bedekken met de voeten van
4 2, 5 | uiterste einden der ganse aarde. Doch gij, uittrekkende
5 2, 11| sprinkhanen, en als het zand der aarde, en men kon hen niet tellen
6 7, 17| getuigen de hemel en de aarde, en onze God en Here onzer
7 9, 16| gij Here des hemels en der aarde, gij schepper der wateren,
8 11, 1 | Nabuchodonosor, de koning der ganse aarde, heeft begeerd te dienen.~
9 11, 5 | Nabuchodonosor, de koning der gehele aarde, leeft, en zo waar als zijn
10 11, 19| niet van het ene einde der aarde tot het andere einde, in
11 12, 15| recht over Holofernes, op de aarde, de vellen, die zij van
12 13, 23| alle vrouwen, die op de aarde zijn.~
13 13, 24| God, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die u geleid
14 14, 2 | aanlichten, en de zon op aarde opgaan, zo zal een iegelijk
15 14, 15| ziet Holofernes ligt ter aarde, en zijn hoofd is niet op
16 16, 6 | mijn zuigelingen tegen de aarde slaan, en mijn jonge kinderen
|