Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
gezucht 1
gezworen 1
gift 1
gij 93
gijlieden 4
gilead 1
gileäd 1
Frequency    [«  »]
101 dat
96 een
93 al
93 gij
91 met
82 hen
82 niet

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

gij

   Chapter, Verse
1 2, 5 | heer der ganse aarde: ziet gij zult van voor mijn aangezicht 2 2, 5 | mijn aangezicht uitgaan, en gij zult met u nemen mannen 3 2, 5 | ruiters, tot twaalfduizend; en gij zult uittrekken tegen het 4 2, 5 | einden der ganse aarde. Doch gij, uittrekkende zult tevoren 5 2, 5 | zich aan u overgeven, en gij zult mij die bewaren tot 6 2, 6 | zal uw oog niet sparen, gij zult hen overgeven tot de 7 2, 6 | doen door mijn hand; en gij zult niet een der woorden 8 2, 6 | gelijk ik u bevolen heb, en gij zult niet vertragen het 9 5, 3 | tot hen: Zegt mij toch, gij kinderen Kanaäns, wat volk 10 6, 2 | 2 Wie zijt gij toch Achior, en gij die 11 6, 2 | zijt gij toch Achior, en gij die van Efraïm gehuurd zijt, 12 6, 2 | Efraïm gehuurd zijt, dat gij heden onder ons zo geprofeteerd 13 6, 5 | 5 En gij Achior, gij huurling der 14 6, 5 | 5 En gij Achior, gij huurling der Ammonieten, 15 6, 5 | dag uwer ongerechtigheid, gij zult mijn aangezicht niet 16 6, 5 | tussen uw zijden gaan, en gij zult vallen onder hun gekwetsten, 17 6, 6 | steden van hun opgangen, en gij zult niet sterven totdat 18 6, 6 | zult niet sterven totdat gij met hen verdelgd wordt. 19 6, 6 | hen verdelgd wordt. Indien gij nu met uw hart vertrouwt 20 6, 15| 15 Here, gij God des hemels, zie op hun 21 7, 10| straten hunner woning. En gij zult hun zware vergelding 22 7, 13| tussen ons en tussen u, dat gij zulk een groot onrecht ons 23 8, 10| zeide tot hen: Hoort mij nu, gij oversten der inwoners van 24 8, 10| rede is niet recht, welke gij op deze dag tegen het volk 25 8, 10| hebt de eed gesteld, die gij gesproken hebt, tussen God 26 8, 10| ons, en hebt beloofd, dat gij de stad zult overgeven aan 27 8, 11| wie zijt gijlieden, dat gij God op de huidige dag hebt 28 8, 12| 12 En gij onderzoekt nu de Here, de 29 8, 13| het hart des mensen kunt gij niet doorgronden, en kunt 30 8, 13| zijner bedenking, en hoe zult gij de God die al deze dingen 31 8, 15| 15 Doch stelt gij de raadslagen van de Here, 32 8, 25| zeide tot haar: Alles wat gij gezegd hebt, dat hebt gij 33 8, 25| gij gezegd hebt, dat hebt gij van goeder harte gezegd, 34 8, 26| 26 En nu, bid gij voor ons, want gij zijt 35 8, 26| bid gij voor ons, want gij zijt een godvrezende vrouw, 36 8, 28| binnen die dagen, na welke gij gezegd hebt de stad aan 37 9, 2 | 2 Here, gij God mijns vaders Simeon, 38 9, 2 | hadden tot schande, (want gij hadt gezegd, het zal zo 39 9, 2 | dat gedaan hadden, waarom gij hun oversten hebt gegeven 40 9, 4 | 4 Want gij hebt de dingen gedaan, welke 41 9, 4 | zijn, en, die dingen, die gij beraadslaagd hebt, zijn 42 9, 6 | slingers, en weten niet, dat gij de Here zijt, die de krijgen 43 9, 7 | 7 Breek gij hun geweld met uw kracht, 44 9, 15| vermogen in de geweldigen, maar gij zijt een God der nederigen; 45 9, 15| zijt een God der nederigen; gij zijt een helper der kleinen, 46 9, 16| 16 Ja, ja, gij God mijns vaders, gij God 47 9, 16| ja, gij God mijns vaders, gij God van het erfdeel Israëls, 48 9, 16| van het erfdeel Israëls, gij Here des hemels en der aarde, 49 9, 16| des hemels en der aarde, gij schepper der wateren, gij 50 9, 16| gij schepper der wateren, gij Koning van al uw schepselen,~ 51 9, 17| 17 Verhoor gij toch mijn gebed,~ 52 9, 19| stammen wete en bevinde, dat gij de God zijt aller kracht 53 9, 19| geslacht Israëls is dan gij.~ 54 10, 9 | dingen te volbrengen, waarvan gij met mij hebt gesproken, 55 10, 11| vraagden haar: Wiens zijt gij? en vanwaar komt gij? en 56 10, 11| zijt gij? en vanwaar komt gij? en waar gaat gij heen?~ 57 10, 11| vanwaar komt gij? en waar gaat gij heen?~ 58 10, 15| En zij zeiden tot haar: Gij hebt uw leven behouden, 59 10, 15| uw leven behouden, dewijl gij u gehaast hebt af te komen 60 10, 16| 16 Wanneer gij nu voor hem staat, zo zijt 61 11, 3 | Maar nu, zeg mij, waarom gij van hen gevloden en tot 62 11, 3 | tot ons gekomen zijt, want gij komt tot uw behoudenis; 63 11, 3 | behoudenis; heb goede moed, gij zult deze nacht bij het 64 11, 4 | boodschappen. En indien gij de woorden uwer dienstmaagd 65 11, 6 | het gehele aardrijk, dat gij alleen kloek zijt in geheel 66 11, 14| en u zulks aanbrengen, en gij zult met uw gehele macht 67 11, 15| midden van Judea, totdat gij komt voor Jeruzalem.~ 68 11, 16| midden van hen zetten, en gij zult hen drijven gelijk 69 11, 21| 21 En nu, gij zijt schoon van gestalte 70 11, 21| zijn uw redenen, indien gij dan zult doen gelijk gij 71 11, 21| gij dan zult doen gelijk gij gezegd hebt, zo zal uw God 72 11, 21| uw God mijn God zijn, en gij zult in het huis des konings 73 11, 21| Nabuchodonosor wonen, en gij zult vermaard zijn door 74 13, 6 | 6 O Here, gij God aller kracht, zie te 75 13, 22| eendrachtiglijk: Geloofd zijt gij, o onze God, die op de huidige 76 13, 23| tot haar: Gezegend zijt gij, o dochter, voor de hoogste 77 13, 25| met allerlei goed, opdat gij uw leven niet gespaard hebt, 78 13, 25| val tegengegaan, dewijl gij oprecht voor onze God hebt 79 14, 2 | krijgsuitrusting nemen, en gij allen, die kloeke mannen 80 14, 2 | stellen tegen hen, als of gij wildet nederdalen in het 81 14, 2 | kinderen van Assur, maar gij zult niet henen afgaan.~ 82 14, 6 | 6 Maar eer gij dat doet, zo roept mij Achior, 83 14, 6 | en zeide: Gezegend zijt gij in alle tenten van Juda, 84 14, 6 | verhaal mij al hetgeen gij in deze dagen gedaan hebt. 85 15, 11| 11 Gij zijt de verhoging Israëls, 86 15, 11| zijt de verhoging Israëls, gij zijt een grote heerlijkheid 87 15, 11| grote heerlijkheid Israëls. Gij zijt een grote roem van 88 15, 11| grote roem van ons geslacht. Gij hebt dit alles gedaan door 89 15, 11| alles gedaan door uw hand. Gij hebt aan Israël goed gedaan, 90 16, 16| 16 Here, gij zijt groot en heerlijk, 91 16, 17| uw schepsel u diene, want gij hebt het gezegd, en zij 92 16, 17| gezegd, en zij zijn geworden. Gij hebt uw geest uitgezonden, 93 16, 19| 19 Maar gij zult genadig zijn degenen


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License