Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
afzenden 1
akitho 1
akkers 2
al 93
albonai 1
alle 19
alleen 6
Frequency    [«  »]
109 hij
101 dat
96 een
93 al
93 gij
91 met
82 hen

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

al

   Chapter, Verse
1 1, 11| 11 Doch al de inwoners dezes lands 2 1, 12| werd zeer verstoord tegen al dat land; en hij zwoer bij 3 1, 12| zich zeker wreken zou over al de landpalen van Cilicië, 4 1, 12| het zwaard zou ombrengen al de inwoners van het land 5 1, 13| ganse macht van Arfaxad, en al zijn ruiterij en zijn wagenen, 6 1, 16| weder naar Nineve, hij en al zijn leger, uit vele volken 7 2, 2 | 2 En hij riep al zijn dienstknechten, en 8 2, 2 | zijn dienstknechten, en al zijn groten bijeen, en hij 9 2, 2 | verhaalde met zijn eigen mond al het kwaad van dat land.~ 10 2, 3 | oordeelden, dat men zou uitroeien al degenen, die het bevel zijns 11 2, 5 | uittrekkende zult tevoren al hun landpalen innemen, en 12 2, 6 | dood, en tot een roof in al uw land; want zo zeker als 13 2, 6 | macht mijns koninkrijks, al wat ik gesproken heb, dat 14 2, 7 | aanschijn zijns heren, en riep al de machtigen, en de krijgsoversten, 15 2, 16| 16 En hij omringde al de kinderen van Midian, 16 2, 17| tarweoogst, en hij verbrandde al hun akkers, en hun klein 17 2, 17| wande hij uit, en sloeg al hun jonge mannen met de 18 3, 4 | 4 Ziet, al onze landhuizen, en al onze 19 3, 4 | al onze landhuizen, en al onze plaatsen, en al onze 20 3, 4 | en al onze plaatsen, en al onze korenvelden, en al 21 3, 4 | al onze korenvelden, en al ons klein en groot vee, 22 3, 4 | ons klein en groot vee, en al de stallen onzer woningen 23 3, 10| 10 En hij verstoorde al hun landpalen en hieuw hun 24 3, 11| bij hem besloten, dat hij al de goden des lands zou vernielen,~ 25 3, 12| dienen, en alle tongen, en al hun geslachten hem tot een 26 3, 14| ganse maand stil, opdat hij al de bagage zijns legers bijeenvergaderde.~ 27 4, 1 | in Judea woonden, hoorden al wat Holofernes, de krijgsoverste 28 4, 1 | had, en op wat wijze hij al hun tempels beroofd en deze 29 4, 3 | dal Salem, en zij namen al de spitsen der hoge bergen 30 4, 8 | 8 En al de mannen Israëls riepen 31 4, 16| Joakim de hogepriester, en al de priesters, die voor de 32 5, 1 | het gebergte besloten, en al de spitsen der hoge bergen 33 5, 2 | zeer toornig, en hij riep al de oversten der Moabieten, 34 5, 2 | krijgsoversten der Ammonieten, en al de vorsten van het land 35 5, 4 | tegemoet gekomen, buiten al degenen die in het westen 36 5, 5 | En Achior, de overste van al de kinderen Ammons, zeide 37 5, 15| 15 En hebben al de Esebonieten uitgeroeid 38 5, 18| Jebusiet, en de Sychemiet, en al de Gergesenen; en zij hebben 39 5, 25| woorden te spreken, dat al het volk murmureerde, hetwelk 40 6, 12| 12 En zij riepen al de oudsten der stad bijeen, 41 6, 12| oudsten der stad bijeen, en al hun jongelingen, en de vrouwen 42 6, 12| Achior in het midden van al hun volk, en Ozias vraagde 43 6, 13| de raad van Holofernes en al de woorden die hij gesproken 44 7, 1 | zijn gehele heerleger, en al zijn volk, hetwelk tot zijn 45 7, 5 | 5 En zij namen al hun wapenen en ontstaken 46 7, 6 | tweede dag voerde Holofernes al zijn ruiters uit, voor het 47 7, 8 | 8 En tot hen kwamen al de oversten van de kinderen 48 7, 8 | van de kinderen Ezau's, en al de leidslieden der Moabieten, 49 7, 10| maar in uw leger, en behoud al de mannen van het heer, 50 7, 11| behaagden Holofernes, en al zijn dienstknechten, en 51 7, 13| werd kleinmoedig, dewijl al hun vijanden hen omsingeld 52 7, 13| watervaten ontbraken aan al de inwoners van Bethulië 53 7, 13| luider stem en spraken tot al de oversten: God zij rechter 54 7, 15| volk van Holofernes, en aan al zijn heerkracht.~ 55 8, 6 | 6 En zij vastte al de dagen van haar weduwschap, 56 8, 9 | waters; en Judith hoorde ook al de woorden die Ozias tegen 57 8, 9 | zond haar maagd, die over al haar goederen gesteld was, 58 8, 13| hoe zult gij de God die al deze dingen geschapen heeft, 59 8, 22| Gedenkt wat hij met Abraham al gedaan heeft.~ 60 8, 23| verzocht heeft, en wat Jakob al is overkomen in Mesopotamië 61 8, 25| het begin uwer dagen heeft al het volk uw vernuft bekend, 62 9, 3 | dochteren in gevangenis, en al de buit tot verdeling onder 63 9, 5 | 5 Want al uw wegen zijn bereid, en 64 9, 16| wateren, gij Koning van al uw schepselen,~ 65 9, 19| 19 En maak, dat men onder al uw volk en alle stammen 66 10, 1 | roepen tot de God Israëls, en al deze woorden geëindigd had.~ 67 10, 4 | ringen, en oorringen, en al haar sieraad, en versierde 68 10, 5 | en reine broden, en bond al haar vaten om en om, en 69 10, 17| kamerlingen van Holofernes, en al zijn dienaars kwamen uit, 70 11, 10| spijs ontbroken heeft, en al het water zeer weinig is 71 11, 10| besloten tot spijs te gebruiken al hetgeen God in zijn wetten 72 11, 18| behaagden Holofernes en al zijn dienstknechten, en 73 12, 14| 14 Want al wat behagelijk zal zijn 74 12, 15| met haar kleding, en met al haar vrouwensiersel; en 75 12, 18| verheven dan het geweest is van al de dagen mijner geboorte.~ 76 13, 9 | tweemaal in zijn hals met al haar kracht: en hieuw hem 77 13, 21| 21 En al het volk ontzette zich zeer, 78 13, 26| 26 En al het volk zeide: Het zij 79 14, 6 | ontzetten; en nu, verhaal mij al hetgeen gij in deze dagen 80 14, 6 | in het midden des volks, al hetgeen zij gedaan had, 81 14, 7 | 7 En Achior ziende al hetgeen de God Israëls gedaan 82 14, 9 | zeiden tot degenen die over al zijn zaken gesteld was:~ 83 15, 11| ten eeuwigen tijde, en al het volk zeide: Het zij 84 15, 12| 12 En al het volk plunderde het leger, 85 15, 13| tent van Holofernes, en al het zilverwerk, en de bedden, 86 15, 13| bedden, en de bekkens, en al zijn huisraad, en zij nam 87 15, 14| 14 En al de vrouwen Israëls liepen 88 15, 15| volk in de rei, leidende al de vrouwen, en alle mannen 89 16, 17| 17 Dat al uw schepsel u diene, want 90 16, 19| een klein ding voor u, en al het vette tot brandoffer 91 16, 23| Judith hing op in de tempel al de vaten van Holofernes, 92 16, 27| maar geen man bekende haar al de dagen haars levens, van 93 16, 29| goederen, eer zij stierf, aan al de naaste vrienden van haar


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License