Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
tambourijn 1
tanis 1
tarweoogst 1
te 80
tegemoet 2
tegen 39
tegengegaan 1
Frequency    [«  »]
82 hen
82 niet
81 op
80 te
80 zal
79 god
78 der

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

te

   Chapter, Verse
1 1, 1 | welke regeerde over de Meden te Ecbatana,~ 2 1, 6 | koning Nabuchodonosor voerde te dien zelven dage krijg tegen 3 2, 1 | der Assyriërs, van wraak te oefenen over het ganse land, 4 2, 6 | zult niet vertragen het te doen.~ 5 2, 7 | twaalfduizend schutters te paard;~ 6 2, 17| groot vee gaf hij over om te vernielen, en plunderde 7 2, 18| Tyrus, en die daar woonden te Sur en Okina, en allen die 8 4, 1 | deze overgegeven had om te vernielen.~ 9 4, 5 | hogepriester, die in die dagen te Jeruzalem was, schreef aan 10 4, 6 | Judea, en het licht was te beletten degenen die opklimmen 11 5, 11| Egypteland met plagen, die niet te genezen waren en de Egyptenaars 12 5, 22| verstrooid waren, en hebben zich te Jeruzalem nedergezet, waar 13 5, 25| Achior ophield deze woorden te spreken, dat al het volk 14 7, 2 | honderdenzeventigduizend man te voet, en twaalfduizend te 15 7, 2 | te voet, en twaalfduizend te paard, behalve de krijgsrusting; 16 7, 2 | van mannen, die onder hen te voet waren.~ 17 7, 6 | der kinderen Israëls, die te Bethulië waren, en bezichtigde 18 7, 9 | de spitsen van hun bergen te beklimmen.~ 19 7, 13| daar geen middel was om hun te ontvluchten; en het gehele 20 7, 13| water om tot verzadiging te drinken, zelfs niet voor 21 7, 13| een dag. Want men gaf hun te drinken in zekere mate. 22 8, 3 | zijn hoofd, en hij viel te bed, en stierf in zijn stad 23 8, 9 | gezworen had de stad over te geven aan de Assyriërs, 24 8, 10| Here zich niet wendt om ons te helpen.~ 25 8, 14| hij heeft de macht om ons te beschutten in welke dagen 26 8, 14| dagen hij wil, of ook om ons te verdelgen voor het aanschijn 27 8, 28| stad aan onze vijanden over te geven, zal de Here Israël 28 9, 1 | en het was nu de tijd dat te Jeruzalem in het huis Gods 29 9, 2 | oversten hebt gegeven om gedood te worden, en hun leger, hetwelk 30 9, 8 | voorgenomen uw heiligdom te ontheiligen,~ 31 9, 9 | 9 En te bevlekken de tabernakel 32 9, 9 | en met het breekijzer om te werpen de hoorn van uw altaar.~ 33 10, 9 | zal uitgaan om de dingen te volbrengen, waarvan gij 34 10, 9 | de jongelingen haar open te doen, gelijk zij gesproken 35 10, 12| overgegeven worden, om vernield te worden.~ 36 10, 13| hem waarachtige woorden te boodschappen, en ik zal 37 10, 15| dewijl gij u gehaast hebt af te komen tot het aangezicht 38 11, 1 | ganse aarde, heeft begeerd te dienen.~ 39 11, 5 | om alle zielen met orde te richten, zo zullen niet 40 11, 9 | tevergeefs en zonder iets uit te richten zou zijn, zo is 41 11, 10| zij beraadslaagd de hand te slaan aan hun lastbeesten, 42 11, 10| hebben besloten tot spijs te gebruiken al hetgeen God 43 11, 10| wetten hun verboden heeft te eten.~ 44 11, 11| ook voorgenomen tot spijs te gebruiken de eerstelingen 45 11, 11| geheiligd voor de priesters, die te Jeruzalem voor het aanschijn 46 11, 11| met de handen betaamt aan te raken.~ 47 11, 12| overgegeven worden, om vernield te worden op die dag.~ 48 11, 13| gezonden, om met u dingen te doen, waarover zich in het 49 11, 17| gezonden om die u weder te boodschappen.~ 50 12, 3 | wij dergelijke halen, om u te geven, want daar is niemand 51 12, 11| zonder gemeenschap met haar te hebben, want zo wij haar 52 12, 12| bezware zelf tot mijn heer te komen, om door zijn aanschijn 53 12, 12| zijn aanschijn verheerlijkt te worden, en met ons tot vrolijkheid 54 12, 12| ons tot vrolijkheid wijn te drinken, en op deze dag 55 12, 12| drinken, en op deze dag te worden als een van de dochteren 56 12, 16| om met haar gemeenschap te hebben, en hij zocht de 57 12, 16| de gelegene tijd, om haar te verleiden, van de dag af 58 13, 1 | zich zijn dienstknechten om te scheiden, Bagoas sloot de 59 13, 6 | gij God aller kracht, zie te dezer ure aan de werken 60 13, 6 | rechte tijd, om uw erve te hulp te komen, en mijn aanslag 61 13, 6 | tijd, om uw erve te hulp te komen, en mijn aanslag uit 62 13, 6 | komen, en mijn aanslag uit te voeren, tot verwondering 63 13, 13| is met ons om nog kracht te bewijzen in Israël, en tegen 64 13, 14| zij zich haastten om af te komen naar hun stadspoort, 65 13, 16| En zij ontstaken vuur om te lichten, en omringden haar.~ 66 14, 9 | tot een ieder die over hen te gebieden had, en zij kwamen 67 15, 4 | zouden uitvallen, om hen uit te roeien.~ 68 15, 7 | 7 De anderen nu, die te Bethulië woonden, vielen 69 15, 9 | de kinderen Israëls, die te Jeruzalem hun woning hadden, 70 15, 9 | woning hadden, kwamen om te aanschouwen het goede dat 71 15, 9 | gedaan had, en om Judith te zien, en met haar vreedzaam 72 15, 9 | zien, en met haar vreedzaam te spreken.~ 73 15, 14| de vrouwen Israëls liepen te zamen om haar te zien, en 74 15, 14| liepen te zamen om haar te zien, en zij zegenden haar, 75 16, 1 | Judith begon deze dankzegging te zingen onder gans Israël, 76 16, 10| een linnen kleding, om hem te bedriegen.~ 77 16, 22| 22 En als zij nu te Jeruzalem gekomen waren, 78 16, 24| En het volk was vrolijk te Jeruzalem, voor het heiligdom, 79 16, 27| En velen begeerden haar te hebben, maar geen man bekende 80 16, 28| vrijheid, en zij stierf te Bethulië, en zij begroeven


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License