Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
volks 6
vond 2
vonden 1
voor 61
vóór 1
voorbeeld 1
voorbij 2
Frequency    [«  »]
70 hem
70 want
67 uw
61 voor
58 is
57 was
56 u

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

voor

   Chapter, Verse
1 1, 11| vreesden hem niet, maar hij was voor hen als een enig man, en 2 2, 2 | bijeen, en hij stelde hun voor de verborgenheid van zijn 3 2, 5 | aarde: ziet gij zult van voor mijn aangezicht uitgaan, 4 2, 7 | Holofernes ging uit van voor het aanschijn zijns heren, 5 2, 9 | een grote menigte koren voor ieder man.~ 6 2, 11| de uittocht, en trok heen voor de koning Nabuchodonosor, 7 2, 18| 18 En een vrees en beving voor hem overviel degenen, die 8 3, 2 | Nabuchodonosors, en liggen hier open voor u.~ 9 3, 4 | onzer woningen liggen open voor u, doe daarmee gelijk het 10 4, 2 | werden uitermate bevreesd voor hem, en waren zeer bevreesd 11 4, 2 | en waren zeer bevreesd voor de stad Jeruzalem, en de 12 4, 6 | toegang eng was, en uiterlijk voor twee mannen naast elkander.~ 13 4, 11| spreidden hun zakken uit voor het aanschijn des Heren.~ 14 4, 16| en al de priesters, die voor de Here stonden, en die 15 5, 12| En God heeft de Rode zee voor hen uitgedroogd.~ 16 5, 18| 18 En zij verdreven van voor hun aangezicht de Kanaäniet, 17 5, 24| zullen tot een smaad zijn voor het gehele land.~ 18 5, 26| zeiden zij, wij vrezen niet voor de kinderen Israëls, want 19 5, 27| zij zullen een aas zijn voor uw ganse leger.~ ~ ~ 20 6, 1 | der Assyriërs tot Achior, voor het ganse volk der uitlanders 21 6, 4 | hunner voeten zal bestaan voor ons aanschijn, maar zij 22 6, 11| 11 En stelden hem voor de oversten van hun stad, 23 6, 17| en bereidde een maaltijd voor de oudsten,~ 24 7, 6 | Holofernes al zijn ruiters uit, voor het gezicht der kinderen 25 7, 13| verzadiging te drinken, zelfs niet voor een dag. Want men gaf hun 26 7, 14| En nu is er geen helper voor ons, maar God heeft ons 27 7, 14| handen gegeven, dat wij voor hun ogen moeten neergeveld 28 8, 6 | behalve alleen de dagen voor de sabbat en de sabbatdagen, 29 8, 6 | sabbatdagen, en de dagen voor de nieuwe maan en de dagen 30 8, 14| ook om ons te verdelgen voor het aanschijn onzer vijanden.~ 31 8, 18| overgegeven zijn, en zijn gevallen voor onze vijanden met een grote 32 8, 20| aanstoot en tot een spot zijn voor degenen, die ons bezitten. 33 8, 26| 26 En nu, bid gij voor ons, want gij zijt een godvrezende 34 8, 30| vrede, en de Here God ga voor u tot wraak over onze vijanden. 35 9, 4 | de dingen gedaan, welke voor die waren, en die dingen 36 10, 13| boodschappen, en ik zal een weg voor hem wijzen, waardoor hij 37 10, 14| aangezicht aanmerkten, zo was het voor hen zeer wonderlijk in schoonheid.~ 38 10, 16| 16 Wanneer gij nu voor hem staat, zo zijt niet 39 10, 19| 19 En als Judith voor zijn aangezicht en dat zijner 40 11, 4 | en laat uw dienstmaagd voor uw aanschijn spreken, en 41 11, 7 | aangezegd alles wat hij voor u uitgesproken heeft. Daarom, 42 11, 11| bewaard hebben en geheiligd voor de priesters, die te Jeruzalem 43 11, 11| priesters, die te Jeruzalem voor het aanschijn onzes Gods 44 11, 15| van Judea, totdat gij komt voor Jeruzalem.~ 45 11, 20| heeft welgedaan, dat Hij u voor dit volk heeft afgezonden, 46 12, 10| maaltijd aanrichtte, alleen voor zijn dienstknechten, en 47 12, 11| Want zie, het is schande voor ons dat wij zodanige vrouw 48 12, 15| dienstmaagd kwam toe, en spreidde voor haar, recht over Holofernes, 49 12, 19| zij nam, en at, en dronk voor hem, hetgeen haar dienstmaagd 50 13, 1 | van zich gaan allen, die voor zijn heer stonden.~ 51 13, 5 | 5 En Judith staande voor zijn bed, zeide in haar 52 13, 23| Gezegend zijt gij, o dochter, voor de hoogste God, boven alle 53 13, 25| tegengegaan, dewijl gij oprecht voor onze God hebt gewandeld.~ 54 14, 4 | hen vallen, en zij zullen voor uw aangezicht vlieden.~ 55 15, 2 | geen mens die staande bleef voor het aanschijn zijns naasten, 56 15, 11| welgevallen daaraan. Zijt gezegend voor de Almachtige Here, ten 57 15, 15| olijftakken. En zij ging voor het ganse volk in de rei, 58 16, 12| 12 De Perzen beefden voor haar stoutheid, en de Meden 59 16, 19| reuk, is een klein ding voor u, en al het vette tot brandoffer 60 16, 23| zij tot een heilige gift voor de Here.~ 61 16, 24| was vrolijk te Jeruzalem, voor het heiligdom, drie maanden


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License