Chapter, Verse
1 1, 6 | grote veld, hetwelk gelegen is aan de landpale Ragan; en
2 1, 13| 13 En hij is met zijn macht in slagorden
3 3, 5 | met hen, gelijk het goed is in uw ogen.~
4 4, 5 | des velds dat bij Dothaïm is, en beval dat zij de opgangen
5 5, 3 | kinderen Kanaäns, wat volk dit is, dat zich op dit gebergte
6 5, 3 | koning onder hen opgestaan is, die een leidsman is van
7 5, 3 | opgestaan is, die een leidsman is van hun leger.~
8 5, 19| het hun wel; want met hen is een God, die ongerechtigheid
9 5, 21| en de tempel huns Gods is tot de grond toe afgeworpen,
10 5, 22| nedergezet, waar hun heiligdom is, en hebben het gebergte
11 5, 23| zo er misdaad in dit volk is, en zo zij zondigen tegen
12 5, 23| onder hen zodanige ergernis is, zo zullen wij opklimmen
13 5, 24| ongerechtigheid onder hun volk is, zo ga, mijn heer, hen voorbij,
14 5, 26| kinderen Israëls, want ziet het is een volk waarin geen kracht
15 5, 26| volk waarin geen kracht is, noch macht tot een sterk
16 6, 2 | hen zal beschermen, en wie is God dan Nabuchodonosor?~
17 7, 9 | waarin zij wonen, want het is niet licht de spitsen van
18 7, 12| hetwelk ligt bij Chus, die is omtrent de beek Mochmor;
19 7, 14| 14 En nu is er geen helper voor ons,
20 7, 16| 16 Want het is ons beter, dat wij hun ten
21 8, 10| van Bethulië, want uw rede is niet recht, welke gij op
22 8, 15| niet ten pand, want God is niet als een mens, dat hij
23 8, 16| indien het hem behagelijk is.~
24 8, 17| onze geslachten niemand is opgestaan, en ook op de
25 8, 17| de huidige dag geen stam is, noch geslacht, noch volk,
26 8, 18| Gelijk wel in de vorige dagen is geschied, om welke oorzaak
27 8, 23| verzocht heeft, en wat Jakob al is overkomen in Mesopotamië
28 8, 25| goeder harte gezegd, en daar is niemand die uw woorden kan
29 8, 25| tegenstaan. Want uw wijsheid is heden niet eerst openbaar,
30 8, 25| bedenking uws harten goed is, maar het volk lijdt grote
31 9, 5 | zijn bereid, en uw oordeel is u tevoren bekend.~
32 9, 6 | krijgen verplettert; Here is uw naam.~
33 9, 15| 15 Want uw sterkte is niet in de menigte, noch
34 9, 19| van het geslacht Israëls is dan gij.~
35 10, 16| onder zich heeft; daarom is het niet goed dat één man
36 11, 3 | ook voortaan; want daar is niemand die u zal verongelijken,
37 11, 7 | gaan, dewijl zij waarachtig is.~
38 11, 9 | te richten zou zijn, zo is de dood hun over het aanschijn
39 11, 10| al het water zeer weinig is geworden, zo hebben zij
40 11, 14| macht uittrekken; en daar is geen van hen, die u zal
41 11, 19| 19 Daar is dergelijke vrouw niet van
42 12, 3 | het op zal zijn, dat bij u is, vanwaar zullen wij dergelijke
43 12, 3 | om u te geven, want daar is niemand van uw geslacht
44 12, 10| Hebreeuwse vrouw die bij u is, dat zij bij ons kome, en
45 12, 11| 11 Want zie, het is schande voor ons dat wij
46 12, 18| drinken, want mijn leven is op deze dag meer verheven
47 12, 18| verheven dan het geweest is van al de dagen mijner geboorte.~
48 13, 6 | verhoging Jeruzalems, want het is nu de rechte tijd, om uw
49 13, 13| poort open, God, onze God, is met ons om nog kracht te
50 14, 6 | hij op zijn aangezicht, en is in onmacht gevallen; maar
51 14, 15| ter aarde, en zijn hoofd is niet op hem.~
52 16, 3 | 3 Want de Here is een God, die de krijgen
53 16, 8 | 8 Want hun machtige is niet gevallen door jonge
54 16, 11| gevangen genomen, en de sabel is door zijn hals gegaan.~
55 16, 17| heeft ze gebouwd, en daar is niemand die uw stem zal
56 16, 19| offerande ten goeden reuk, is een klein ding voor u, en
57 16, 19| het vette tot brandoffer is het allerminste, maar die
58 16, 19| maar die de Here vreest is altijd groot.~
|