Chapter, Verse
1 2, 5 | uitgaan, en gij zult met u nemen mannen die op hun
2 2, 5 | en zij zullen zich aan u overgeven, en gij zult mij
3 2, 6 | gans volbrengen, gelijk ik u bevolen heb, en gij zult
4 3, 2 | en liggen hier open voor u.~
5 3, 3 | Doe met ons, gelijk het u behaagt.~
6 3, 4 | woningen liggen open voor u, doe daarmee gelijk het
7 3, 4 | doe daarmee gelijk het u behaagt.~
8 5, 5 | mond uws knechts, en ik zal u de waarheid verhalen van
9 5, 5 | van dit volk, dat nabij u woont, en dit gebergte bewoont;
10 6, 5 | hun gekwetsten, als ik tot u zal wedergekeerd zijn.~
11 6, 6 | En mijn knechten zullen u brengen op het gebergte,
12 6, 6 | het gebergte, en zullen u stellen in een der steden
13 6, 15| hun hoogmoed, en ontferm u over de vernedering van
14 6, 15| aanschijn van degenen, die u geheiligd zijn.~
15 7, 10| vergelding doen, omdat zij tegen u opgestaan zijn, en dat zij
16 7, 10| opgestaan zijn, en dat zij u niet in vrede zijn tegemoet
17 7, 13| rechter tussen ons en tussen u, dat gij zulk een groot
18 7, 15| 15 En nu, roept hen tot u, en geeft de gehele stad
19 7, 17| 17 Wij nemen tegen u tot getuigen de hemel en
20 8, 11| dag hebt verzocht, en hebt u in Gods plaats gezet, in
21 8, 29| ik doen zal, want ik zal u niet zeggen wat ik doe,
22 8, 30| en de Here God ga voor u tot wraak over onze vijanden.
23 9, 3 | bevlekking huns bloeds, en hebben u tot een helper aangeroepen,
24 9, 5 | bereid, en uw oordeel is u tevoren bekend.~
25 10, 8 | God onzer vaderen, make u aangenaam, en volbreng uw
26 10, 12| weg want zij zullen aan u overgegeven worden, om vernield
27 10, 15| leven behouden, dewijl gij u gehaast hebt af te komen
28 10, 15| en enigen van ons zullen u geleiden, totdat zij u in
29 10, 15| zullen u geleiden, totdat zij u in zijn handen zullen leveren.~
30 10, 16| naar uw woorden, en hij zal u weldoen. En zij verkozen
31 11, 3 | want daar is niemand die u zal verongelijken, maar
32 11, 3 | verongelijken, maar een ieder zal u weldoen, gelijk als geschiedt
33 11, 4 | zo zal God de zaak met u volkomen uitvoeren, en mijn
34 11, 5 | als zijn kracht leeft, die u uitgezonden heeft om alle
35 11, 5 | niet alleen de mensen door u hem dienen, maar ook de
36 11, 7 | aangezegd alles wat hij voor u uitgesproken heeft. Daarom,
37 11, 7 | rede niet, maar laat ze u ter harte gaan, dewijl zij
38 11, 12| zullen hebben gedaan, dat zij u zullen overgegeven worden,
39 11, 13| heeft mij gezonden, om met u dingen te doen, waarover
40 11, 14| hemels. En nu ik zal bij u blijven, mijn heer, en uw
41 11, 14| hebben; en ik zal komen en u zulks aanbrengen, en gij
42 11, 14| daar is geen van hen, die u zal wederstaan.~
43 11, 15| 15 En ik zal u leiden door het midden van
44 11, 16| die met zijn tong tegen u zal bassen;~
45 11, 17| en ik ben gezonden om die u weder te boodschappen.~
46 11, 20| heeft welgedaan, dat Hij u voor dit volk heeft afgezonden,
47 12, 3 | het op zal zijn, dat bij u is, vanwaar zullen wij dergelijke
48 12, 3 | wij dergelijke halen, om u te geven, want daar is niemand
49 12, 10| Hebreeuwse vrouw die bij u is, dat zij bij ons kome,
50 13, 24| aarde geschapen heeft, die u geleid heeft tot verwonding
51 13, 25| der eeuwigheid; en God doe u dit tot een eeuwige verhoging,
52 13, 25| eeuwige verhoging, en bezoeke u met allerlei goed, opdat
53 14, 2 | zo zal een iegelijk van u zijn krijgsuitrusting nemen,
54 16, 17| 17 Dat al uw schepsel u diene, want gij hebt het
55 16, 19| genadig zijn degenen die u vrezen, want alle offerande
56 16, 19| is een klein ding voor u, en al het vette tot brandoffer
|