Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
onmacht 1
onrecht 1
onreinheid 1
ons 54
ontbieden 1
ontbloot 1
ontblootte 1
Frequency    [«  »]
57 was
56 u
55 uit
54 ons
52 zullen
51 kinderen
50 des

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

ons

   Chapter, Verse
1 3, 3 | 3 Doe met ons, gelijk het u behaagt.~ 2 3, 4 | onze korenvelden, en al ons klein en groot vee, en al 3 6, 2 | zijt, dat gij heden onder ons zo geprofeteerd en gezegd 4 6, 4 | voeten zal bestaan voor ons aanschijn, maar zij zullen 5 6, 15| over de vernedering van ons geslacht, en zie ten dezen 6 7, 10| moeten overgeven; en wij en ons volk zullen op de naaste 7 7, 10| bergen klimmen, en zullen ons daarom legeren en wacht 8 7, 13| God zij rechter tussen ons en tussen u, dat gij zulk 9 7, 13| gij zulk een groot onrecht ons hebt aangedaan, en geen 10 7, 14| nu is er geen helper voor ons, maar God heeft ons in hun 11 7, 14| voor ons, maar God heeft ons in hun handen gegeven, dat 12 7, 16| 16 Want het is ons beter, dat wij hun ten roof 13 7, 17| Here onzer vaderen, die ons vergeldt naar onze misdaden, 14 7, 19| goede moed, broeders, laat ons nog vijf dagen standvastig 15 7, 19| zijn barmhartigheid over ons zal wenden, want hij zal 16 7, 19| zal wenden, want hij zal ons tot het einde toe niet verlaten.~ 17 7, 20| voorbijgaan, en geen hulp over ons komt, zo zal ik naar uw 18 8, 10| gesproken hebt, tussen God en ons, en hebt beloofd, dat gij 19 8, 10| Here zich niet wendt om ons te helpen.~ 20 8, 14| zo hij in deze vijf dagen ons niet helpen wil, hij heeft 21 8, 14| wil, hij heeft de macht om ons te beschutten in welke dagen 22 8, 14| dagen hij wil, of ook om ons te verdelgen voor het aanschijn 23 8, 16| 16 Daarom laat ons op zijn verlossing wachten, 24 8, 17| noch volk, noch stad onder ons, welke de goden dient, die 25 8, 19| waarom wij hopen dat hij ons niet zal verachten, noch 26 8, 19| verachten, noch iemand van ons geslacht.~ 27 8, 20| verwoesting onzer erve op ons hoofd wenden onder de heidenen, 28 8, 20| spot zijn voor degenen, die ons bezitten. Want onze dienstbaarheid 29 8, 21| 21 En nu, broeders, laat ons onze broederen een voorbeeld 30 8, 21| voorbeeld geven, want van ons hangt hun leven af, en het 31 8, 21| en het altaar steunt op ons. Boven dit alles, laat ons 32 8, 21| ons. Boven dit alles, laat ons de Here, onze God, danken 33 8, 21| Here, onze God, danken die ons verzoekt, gelijk hij ook 34 8, 24| wreekt hij zich niet over ons, maar de Here kastijdt degenen, 35 8, 25| lijdt grote dorst en heeft ons gedwongen dat wij doen zouden 36 8, 25| en dat wij de eed over ons zouden brengen, die wij 37 8, 26| 26 En nu, bid gij voor ons, want gij zijt een godvrezende 38 10, 15| zijn tent, en enigen van ons zullen u geleiden, totdat 39 11, 3 | van hen gevloden en tot ons gekomen zijt, want gij komt 40 11, 8 | 8 Want over ons geslacht wordt geen wraak 41 12, 3 | niemand van uw geslacht onder ons.~ 42 12, 10| die bij u is, dat zij bij ons kome, en met ons ete en 43 12, 10| zij bij ons kome, en met ons ete en drinke.~ 44 12, 11| zie, het is schande voor ons dat wij zodanige vrouw zouden 45 12, 11| want zo wij haar niet tot ons trekken, zij zal ons bespotten.~ 46 12, 11| tot ons trekken, zij zal ons bespotten.~ 47 12, 12| verheerlijkt te worden, en met ons tot vrolijkheid wijn te 48 12, 17| Drink toch, en zijt met ons vrolijk.~ 49 13, 6 | der vijanden, die tegen ons opgestaan zijn.~ 50 13, 13| open, God, onze God, is met ons om nog kracht te bewijzen 51 13, 25| der vernedering wil van ons geslacht, maar zijt onze 52 14, 6 | veracht heeft, en die hem tot ons als tot de dood heeft afgezonden; 53 14, 10| want de slaven durven tot ons nederkomen in de krijg, 54 15, 11| zijt een grote roem van ons geslacht. Gij hebt dit alles


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License