Chapter, Verse
1 2, 5 | dat zij mij aarde en water zullen toebereiden, daar ik tegen
2 2, 5 | roof; en hun gekwetsten zullen hun valleien en waterbeken
3 2, 5 | landpalen innemen, en zij zullen zich aan u overgeven, en
4 5, 23| zodanige ergernis is, zo zullen wij opklimmen en hen overweldigen.~
5 5, 24| God vóór hen zij, en wij zullen tot een smaad zijn voor
6 5, 27| 27 Daarom zo zullen wij optrekken heer Holofernes
7 5, 27| optrekken heer Holofernes en zij zullen een aas zijn voor uw ganse
8 6, 3 | wij die zijn knechten zijn zullen hen slaan als één man, en
9 6, 3 | slaan als één man, en zij zullen de kracht van onze paarden
10 6, 3 | niet wederstaan, maar wij zullen hen daarmee vertreden.~
11 6, 4 | 4 En hun bergen zullen dronken worden in hun bloed,
12 6, 4 | bloed, en hun vlakke velden zullen vervuld worden met hun doden,
13 6, 4 | ons aanschijn, maar zij zullen ganselijk omkomen. Zo zegt
14 6, 4 | en de woorden zijner rede zullen niet ijdel zijn.~
15 6, 6 | 6 En mijn knechten zullen u brengen op het gebergte,
16 6, 6 | brengen op het gebergte, en zullen u stellen in een der steden
17 6, 6 | hart vertrouwt dat zij niet zullen gevangen worden, zo laat
18 7, 4 | zeide tot de ander: Deze zullen nu het aanschijn van het
19 7, 4 | dalen, noch de heuvelen zullen onder deze last kunnen bestaan.~
20 7, 10| de dorst wegnemen en zij zullen hun stad moeten overgeven;
21 7, 10| overgeven; en wij en ons volk zullen op de naaste spitsen der
22 7, 10| spitsen der bergen klimmen, en zullen ons daarom legeren en wacht
23 7, 10| de stad zal gaan; en zij zullen versmelten door honger,
24 7, 10| het zwaard over hen komt, zullen zij nedergeveld worden op
25 7, 16| hun ten roof worden, zo zullen wij hun tot knechten zijn,
26 7, 16| onze ziel zal leven, en wij zullen onze jonge kinderen met
27 8, 20| en onze heilige plaatsen zullen beroofd worden, en de Here,
28 8, 20| de heidenen, waar wij ook zullen dienstbaar zijn. En wij
29 8, 20| dienstbaar zijn. En wij zullen tot een aanstoot en tot
30 10, 12| vlucht van hen weg want zij zullen aan u overgegeven worden,
31 10, 15| tent, en enigen van ons zullen u geleiden, totdat zij u
32 10, 15| totdat zij u in zijn handen zullen leveren.~
33 11, 5 | met orde te richten, zo zullen niet alleen de mensen door
34 11, 5 | en de vogelen des hemels zullen door uw geweld onder Nabuchodonosor
35 11, 9 | ingenomen, waardoor zij hun God zullen vertoornen, zo wanneer zij
36 11, 9 | zij deze onbehoorlijkheid zullen hebben begaan.~
37 11, 12| geboodschapt zijn, en zij zullen hebben gedaan, dat zij u
38 11, 12| hebben gedaan, dat zij u zullen overgegeven worden, om vernield
39 11, 13| zich in het gehele aardrijk zullen ontzetten, zo velen als
40 11, 13| zo velen als er van horen zullen.~
41 11, 14| verkondigen wanneer zij hun zonden zullen begaan hebben; en ik zal
42 12, 3 | zijn, dat bij u is, vanwaar zullen wij dergelijke halen, om
43 13, 25| mensen, die de kracht Gods zullen gedenken, tot in der eeuwigheid;
44 14, 3 | 3 En zij zullen hun wapenen nemen, en naar
45 14, 3 | hun legers heentrekken, en zullen de hoofdlieden van het leger
46 14, 4 | 4 En zij zullen gelijkelijk lopen tot de
47 14, 4 | tent van Holofernes, en zullen hem niet vinden, en een
48 14, 4 | zal op hen vallen, en zij zullen voor uw aangezicht vlieden.~
49 14, 6 | die van uw naam horen, die zullen zich ontzetten; en nu, verhaal
50 16, 18| 18 Want de bergen zullen uit de fundamenten met hun
51 16, 18| bewogen worden, de steenrotsen zullen van uw aangezicht, gelijk
52 16, 21| hun vlees geven, en zij zullen door de pijn tot in eeuwigheid
|