Chapter, Verse
1 1, 3 | en zijn kracht beproefd zijnde overtuigt de zotten.~
2 2, 3 | 3 Welke uitgeblust zijnde, zo wordt het lichaam tot
3 3, 5 | 5 Zijnde een weinig getuchtigd geweest,
4 4, 13| tijds volmaakt geworden zijnde, heeft hij lange tijden
5 4, 20| hunner zonden komen, bevreesd zijnde; en hun onrechtvaardige
6 5, 12| naar het doelwit geschoten zijnde, de lucht die daardoor verdeeld
7 6, 4 | 4 Omdat gij dienaars zijnde van zijn koninkrijk niet
8 7, 2 | gebeeld in tien maanden tijds, zijnde in bloed tezamen geronnen
9 7, 3 | 3 En ik heb ook, geboren zijnde, de lucht geschept, die
10 7, 27| 27 En enig zijnde kan zij alles doen, en blijvende
11 7, 29| bij het licht vergeleken zijnde, wordt zij voortreffelijker
12 8, 10| onder het volk, en nog jong zijnde eer bij de ouden.~
13 9, 10| zij bij mij tegenwoordig zijnde met mij arbeide, en dat
14 10, 3 | onrechtvaardige, afvallig geworden zijnde door zijn toorn, is verloren
15 11, 10| goddelozen, in toorn veroordeeld zijnde, gepijnigd worden.~
16 11, 15| uitgezet en heengeworpen zijnde het leven al spottende afgezegd
17 11, 16| ongerechtigheid, waardoor zij, verleid zijnde, onvernuftige kruipende
18 11, 21| kunnen vallen, vervolgd zijnde door de wraak, en verstrooid
19 12, 2 | van de boosheid afgeweken zijnde in u, Here, geloven zouden.~
20 12, 22| betrachten, maar geoordeeld zijnde, barmhartigheid zouden verwachten.~
21 12, 24| waren, voor goden hielden, zijnde bedrogen gelijk de onverstandige
22 13, 5 | beschouwd, daarbij vergeleken zijnde.~
23 13, 10| dieren, of een onnutte steen, zijnde het werk van een oude hand.~
24 13, 13| nergens toe dienstig is, zijnde een hout dat krom en kwastig
25 14, 6 | zaad der voortteling na, zijnde bestuurd door uw hand.~
26 14, 8 | omdat het verderfelijk zijnde, God genoemd wordt.~
27 14, 15| was afgehaald, uitgeteerd zijnde, maakte een beeld, en de
28 14, 20| aangenaamheid van het werk aangelokt zijnde hield die voor God, welke
29 14, 28| 28 Want verheugd zijnde, of zij razen, of zij profeteren
30 15, 4 | schaduw der schilderijen, zijnde een onvruchtbare arbeid,
31 15, 8 | tevoren uit aarde gemaakt zijnde, een kleine tijd daarna
32 15, 17| 17 Maar sterfelijk zijnde maakt hij een dode, met
33 16, 25| toen in alles veranderd zijnde, diende zij uw alvoedende
34 16, 27| dat versmolt ganselijk, zijnde verwarmd door een kleine
35 17, 2 | de lange nacht, besloten zijnde onder de daken, als vluchtig
36 17, 3 | spokerijen zeer beroerd zijnde.~
37 17, 6 | verscheen hun, en vervaard zijnde voor het gezicht, dat niet
38 17, 9 | vergingen zij toch al bevende, zijnde vervaard door het ontmoeten
39 17, 11| eigen getuige, en benauwd zijnde door de conscientie vermoedt
40 17, 17| werken doet in de woestijn, zijnde verrast, zo moest hij de
41 17, 21| zware nacht uitgestrekt, zijnde een beeld der duisternis
42 18, 2 | zij tevoren verongelijkt zijnde, hun nochtans geen schade
43 19, 11| toen zij door lust gedreven zijnde lekkere spijs begeerden.~
44 19, 16| dikke duisternis omgeven zijnde, zocht elk de weg van zijn
|