Chapter, Verse
1 1, 14| wereld zijn heilzaam, en in deze is geen venijn des verderfs,
2 2, 1 | 1 WANT deze dingen met recht overlegd
3 2, 2 | geval zijn wij geboren en na deze zullen wij zijn alsof wij
4 2, 24| zijn deel zijn, die proeven deze.~
5 5, 2 | zullen zich ontzetten over deze onvermeende zaligheid.~
6 5, 3 | geestes zuchten, en zeggen: Deze was het over wie wij eertijds
7 6, 10| geheiligd worden, en die deze geleerd hebben, zullen verantwoording
8 6, 23| uitterende nijdigheid, want deze zal met de wijsheid geen
9 7, 12| ik wist niet dat zij van deze dingen voortteelster was.~
10 8, 2 | 2 Deze heb ik liefgehad en uitgezocht
11 8, 17| 17 Deze dingen bij mijzelf overlegd
12 10, 1 | 1 DEZE wijsheid heeft bewaard de
13 10, 5 | 5 Deze ook, als de volken door
14 10, 6 | 6 Deze toen de goddelozen vergingen,
15 10, 8 | hebben zij niet alleen deze schade, dat zij het goede
16 10, 10| 10 Deze geleidde de rechtvaardige
17 10, 13| 13 Deze heeft niet verlaten de rechtvaardige
18 10, 15| 15 Deze heeft dat heilige volk,
19 11, 8 | 8 En hebt deze gegeven overvloedig water
20 11, 14| Want toen zij hoorden dat deze door hun eigen plagen weldaden
21 11, 21| Ja, zij hadden ook zonder deze dingen door een enig aanblazen
22 12, 27| daarom leden, namelijk over deze die zij meenden dat goden
23 12, 27| waren, ziende dat zij door deze gestraft werden, hebben
24 13, 3 | schoonheid vermaak scheppende, deze voor goden aannamen, dat
25 13, 3 | beginner der schoonheid heeft deze dingen geschapen.~
26 13, 4 | hoeveel machtiger hij is, die deze toebereid heeft.~
27 13, 6 | 6 Maar nochtans is in deze de klacht gering, want ook
28 13, 7 | omgaande, onderzoeken zij deze, en worden door het gezicht
29 13, 8 | Doch wederom is het ook deze niet te vergeven.~
30 14, 8 | degene die het gemaakt heeft; deze, omdat hij het gemaakt heeft,
31 14, 16| 16 Daarna deze goddeloze gewoonte mettertijd
32 14, 18| aangedreven tot voortzetten van deze dienst der beelden.~
33 14, 19| 19 Want deze misschien willende de prins
34 14, 30| 30 Doch zij zullen om deze beide dingen rechtvaardig
35 15, 13| 13 Want deze weet boven alle anderen
36 16, 21| 21 Want deze uw onderstutting maakt uw
37 17, 8 | beroertenis te verdrijven, deze werden zelf ziek aan een
38 17, 19| der bergen tegenschalt al deze dingen maakten hen zeer
39 18, 13| 13 Want geen van al deze dingen gelovende vanwege
40 18, 25| 25 Voor deze dingen week de verderver,
41 18, 25| dingen week de verderver, en deze vreesde hij, want de beproeving
|