Chapter, Verse
1 1, 8 | 8 Daarom zal niemand voor hem kunnen schuilen die
2 1, 9 | geluid zijner woorden zal voor de Here komen, tot bestraffing
3 1, 11| 11 Wacht ulieden dan voor de onnutte murmurering en
4 1, 16| zich geroepen, het houdende voor een vriend, zijn zij versmolten
5 2, 13| 13 Hij wendt voor dat hij kennis van God heeft,
6 3, 2 | sterven, en hun uitgang wordt voor kwelling gerekend.~
7 3, 17| leven, zo zullen zij toch voor niets geacht worden, en
8 4, 4 | hoewel zij in de takken voor een tijd weder uitspruiten,
9 5, 1 | grote vrijmoedigheid staan voor het aangezicht dergenen,
10 5, 3 | eertijds lachten, en die wij voor een smadelijke beschimping
11 5, 4 | zotten, hielden zijn leven voor razernij, en zijn einde
12 5, 4 | razernij, en zijn einde voor oneerlijk.~
13 5, 16| en de Allerhoogste zorgt voor hen.~
14 6, 7 | gemaakt, en tegelijk zorgt hij voor allen.~
15 7, 12| de wijsheid ging daarin voor, en ik wist niet dat zij
16 8, 2 | jonkheid aan, en haar gezocht voor mij te nemen tot een bruid,
17 10, 5 | gekend, en hem onstraffelijk voor God bewaard, en behoed dat
18 10, 10| als hij vluchtende was voor de toorn zijns broeders,
19 10, 17| gegeven loon der heiligheid voor hun moeite, en heeft hen
20 11, 23| Want de ganse wereld is voor u gelijk een aasje uit de
21 12, 8 | voorlopers van uw leger voor hen heengezonden, namelijk
22 12, 13| is geen God dan gij die voor alle dingen zorgt, opdat
23 12, 24| vijanden ongeeerd waren, voor goden hielden, zijnde bedrogen
24 13, 3 | vermaak scheppende, deze voor goden aannamen, dat zij
25 13, 15| 15 En hebbende voor datzelve zulk een huis gemaakt
26 13, 17| 17 Nochtans, biddende voor zijn goederen, en huwelijk,
27 14, 20| aangelokt zijnde hield die voor God, welke weinig tijd tevoren
28 14, 21| is tot een lage geweest voor het leven, omdat de mensen,
29 15, 15| beelden der heidenen houden voor goden, die hun ogen niet
30 16, 6 | het einde, maar zij werden voor een kleine tijd ontroerd
31 16, 9 | gedood, en geen genezing werd voor hun ziel gevonden, omdat
32 16, 17| want de wereld strijdt voor de rechtvaardigen.~
33 16, 24| gedijen tot weldadigheid voor degenen die u betrouwen.~
34 17, 2 | onder de daken, als vluchtig voor de eeuwige voorzienigheid.~
35 17, 6 | hun, en vervaard zijnde voor het gezicht, dat niet gezien
36 17, 6 | hielden zij hetgeen zij zagen voor erger.~
37 18, 21| man kwam haastig en streed voor hen, brengende de wapenen
38 18, 25| 25 Voor deze dingen week de verderver,
39 19, 13| want zij leden rechtvaardig voor hun eigen boosheden, dewijl
40 19, 16| gelijkerwijs degenen die voor de deur des rechtvaardigen
|