Chapter, Verse
1 4, 14| 14 Want zijn ziel was de Here aangenaam, daarom
2 5, 3 | zuchten, en zeggen: Deze was het over wie wij eertijds
3 5, 12| lucht die daardoor verdeeld was, terstond weder tezamen
4 7, 12| 12 En ik was verheugd in alle dingen,
5 7, 12| deze dingen voortteelster was.~
6 8, 19| 19 Ik nu was een goedaardig kind, en
7 8, 20| Ja, veelmeer zo ik goed was, ben ik gekomen in een onbevlekt
8 8, 21| haar mij niet gaf, (en dat was ook kloekheid, te weten
9 9, 9 | werken weet, en tegenwoordig was, toen gij de wereld maakte,
10 10, 4 | met de watervloed bedekt was, zo heeft de wijsheid weder
11 10, 10| paden, als hij vluchtende was voor de toorn zijns broeders,
12 10, 13| rechtvaardige die verkocht was, maar heeft hem uit de zonde
13 12, 10| wetende dat hun geslacht boos was, en hun boosheid hun aangeboren,
14 12, 11| 11 Want het was een vervloekt zaad van den
15 12, 27| bekend, dat hij een ware God was, die zij eertijds hadden
16 14, 15| zijn zoon, die hem haastig was afgehaald, uitgeteerd zijnde,
17 14, 15| en de mens, die toen dood was, eert hij nu als een God,
18 14, 17| aangezicht, dat verre van hen was, afgebeeld, en hebben een
19 14, 20| tijd tevoren als een mens was geëerd geworden.~
20 14, 22| 22 Daarenboven was het niet genoeg omtrent
21 16, 27| het vuur niet verdorven was, dat versmolt ganselijk,
22 17, 8 | een vrees, die belachelijk was.~
23 17, 14| voorwaar onverdragelijk was, uit de binnenste holen
24 17, 16| aldaar nederviel, gevangen was, opgesloten in de kerker
25 17, 19| 19 Hetzij dan dat daar was een suizende wind, of een
26 17, 20| met helder klaar licht, en was bezig met werken die niet
27 17, 21| 21 Maar over hen alleen was een zware nacht uitgestrekt,
28 18, 5 | water uitgezet en behouden was, naamt gij tot overtuiging
29 18, 6 | 6 Diezelfde nacht was tevoren onze vaderen bekend
30 18, 14| zijn snelheid half voorbij was,~
31 18, 21| dat hij uw dienstknecht was.~
32 18, 24| 24 Want op de lange rok was het gehele versiersel, en
33 18, 25| de beproeving des toorns was alleen genoeg.~
34 19, 19| 19 Het vuur was krachtig in het water, hebbende
|