Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
wapenen 3
wapenrusting 1
ware 5
waren 33
was 34
wat 17
water 14
Frequency    [«  »]
34 was
33 alle
33 god
33 waren
33 wijsheid
31 dan
30 aan

Het boek der Wijsheid

IntraText - Concordances

waren

   Chapter, Verse
1 2, 2 | zijn alsof wij niet geweest waren, want het snuiven in onze 2 10, 5 | eigenzinnigheid onder elkander verward waren, heeft de rechtvaardige 3 10, 14| betoond dat zij leugenaars waren, die hem beschimpt hadden, 4 11, 5 | Want waardoor hun vijanden waren geplaagd geweest,~ 5 11, 12| afwezig en die tegenwoordig waren, werden gelijk gekweld.~ 6 11, 13| dingen die voorbijgegaan waren.~ 7 12, 20| en die des doods schuldig waren, met zulke opmerkingen gestraft 8 12, 24| 24 Want ook waren zij zo ver in de wegen der 9 12, 24| bij hun vijanden ongeeerd waren, voor goden hielden, zijnde 10 12, 27| dingen zij zeer ontevreden waren, als zij daarom leden, namelijk 11 12, 27| die zij meenden dat goden waren, ziende dat zij door deze 12 13, 2 | lichten des hemels, goden waren, die de wereld regeerden.~ 13 13, 14| alle vlekken die daarin waren.~ 14 14, 13| 13 Want zij waren van den beginne niet, en 15 14, 15| degenen, die onder zijn gebied waren, godsdienstigheden en offeranden 16 16, 3 | dingen die over hen gezonden waren, hen ook van de noodwendige 17 16, 9 | gevonden, omdat zij waardig waren van zulke geplaagd te worden.~ 18 16, 18| de goddelozen uitgezonden waren, maar daar zij klaar zouden 19 17, 4 | binnenste plaats waarin zij waren, bewaarde hen niet zonder 20 17, 18| 18 Want zij waren allen met een keten der 21 17, 21| zouden ontvangen; doch zij waren zichzelf zwaarder dan de 22 18, 4 | 4 Want zij waren ook waardig, dat zij van 23 18, 6 | zeker wetende wat eden het waren die zij geloofd hadden, 24 18, 12| doden, want de levenden waren zelfs niet genoegzaam om 25 18, 13| dat dit volk kinderen Gods waren.~ 26 18, 14| dingen in rust en stilte waren, en de nacht in zijn snelheid 27 19, 4 | noodzakelijkheid, die zij waardig waren, trok hen tot dit einde, 28 19, 4 | dingen die hun wedervaren waren, opdat zij vervullen zouden 29 19, 10| 10 Want zij waren nog gedachtig de dingen 30 19, 10| gedachtig de dingen die geschied waren in het land van hun vreemdelingschap; 31 19, 15| die nu reeds medegenoten waren van hun rechten.~ 32 19, 16| deur des rechtvaardigen waren; want met dikke duisternis 33 19, 18| water-dieren, en die gemaakt waren om te zwemmen gingen op


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License