Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
gist 1
glans 1
glinsterende 1
god 33
goddelijk 1
goddelijke 1
goddeloosheid 1
Frequency    [«  »]
34 u
34 was
33 alle
33 god
33 waren
33 wijsheid
31 dan

Het boek der Wijsheid

IntraText - Concordances

god

   Chapter, Verse
1 1, 3 | verkeerde gedachten scheiden van God, en zijn kracht beproefd 2 1, 6 | zijn lippen lastert, want God is een getuige zijner nieren, 3 1, 13| 13 Want God heeft de dood niet gemaakt, 4 2, 13| voor dat hij kennis van God heeft, en noemt zichzelf 5 2, 16| rechtvaardigen, en pocht dat God zijn vader is.~ 6 2, 23| 23 Want God heeft de mens geschapen 7 3, 5 | weldaden genieten, omdat God hen heeft beproefd, en hen 8 4, 1 | derzelve, dewijl zij beide bij God en bij de mensen gekend 9 4, 10| 10 Die God behaagd heeft, is door Hem 10 6, 19| onverderfelijkheid maakt dat men nabij God is.~ 11 7, 14| verkrijgen vriendschap bij God, en zijn aangenaam geworden 12 7, 15| 15 En God heeft mij gegeven mijn mening 13 7, 28| 28 Want God bemint niets, dan degene, 14 8, 3 | daarmede heerlijk dat zij met God verkeert, en de Here aller 15 8, 21| machtig zou worden, indien God haar mij niet gaf, (en dat 16 9, 1 | 1 O God mijner vaderen, en Here 17 9, 13| Of wie kan bedenken wat God wil?~ 18 10, 5 | en hem onstraffelijk voor God bewaard, en behoed dat hij 19 12, 13| 13 Want daar is geen God dan gij die voor alle dingen 20 12, 27| bekend, dat hij een ware God was, die zij eertijds hadden 21 13, 1 | bij welke geen kennis van God is, en hebben uit de zichtbare 22 13, 6 | misschien worden zij verleid, God zoekende die zij gaarne 23 14, 8 | het verderfelijk zijnde, God genoemd wordt.~ 24 14, 9 | 9 Want bij God zijn even hatelijk de goddeloze 25 14, 15| was, eert hij nu als een God, en beval degenen, die onder 26 14, 20| aangelokt zijnde hield die voor God, welke weinig tijd tevoren 27 14, 22| genoeg omtrent de kennis van God te dwalen, maar ook levende 28 14, 30| kwaad gevoelen hebben van God, aanhangende de afgoden; 29 15, 1 | 1 MAAR gij onze God zijt goedertieren en waarachtig, 30 15, 8 | arbeid, maakt hij een ijdele god uit datzelfde leem, daar 31 15, 16| want geen mens kan een god maken die Hem gelijk is.~ 32 15, 17| beter dan hetgeen hij als god eert, dewijl hij leven heeft, 33 19, 2 | 2 Want God wist van tevoren ook hun


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License