Chapter, Verse
1 2, 19| en pijniging onderzoeken, opdat wij zijn bescheidenheid
2 4, 11| 11 Hij werd weggerukt, opdat de boosheid zijn verstand
3 6, 9 | koningen, is het dat ik spreek, opdat gij wijsheid leren zoudt
4 6, 21| scepters, zo eert de wijsheid, opdat gij eeuwig als koningen
5 9, 2 | uw wijsheid hebt bereid, opdat hij zou heersen over de
6 9, 10| troon uwer heerlijkheid, opdat zij bij mij tegenwoordig
7 10, 8 | van hun eigen dwaasheid, opdat zij zich niet zouden kunnen
8 10, 12| der overwinning gegeven, opdat hij zou weten dat de godzaligheid
9 11, 17| 17 Opdat zij zouden erkennen, dat
10 11, 24| overziet de zonden der mensen, opdat zij zich bekeren.~
11 12, 2 | makende waarin zij zondigen, opdat zij van de boosheid afgeweken
12 12, 7 | 7 Opdat het land, hetwelk bij u
13 12, 13| voor alle dingen zorgt, opdat gij zoudt betonen, dat gij
14 12, 22| vijanden tienduizend maal meer, opdat wij oordelende, uw goedheid
15 13, 16| 16 Opdat het immers niet zou afvallen
16 14, 4 | gevaren verlossen kunt, opdat ook iemand zonder kunst
17 14, 17| de koning die zij eerden; opdat zij met vlijt zouden mogen
18 16, 3 | 3 Opdat genen, die tot spijs lust
19 16, 11| en snel weder geheeld, opdat zij niet, vervallende in
20 16, 18| somtijds matigde zich de vlam, opdat zij niet zoude verbranden
21 16, 19| de kracht van het vuur, opdat zij het gewas van het land
22 16, 22| vuur, en versmolt niet, opdat zij zouden erkennen dat
23 16, 23| zijn eigen kracht vergeten, opdat de rechtvaardigen zouden
24 16, 26| 26 Opdat uw kinderen, welke gij lief
25 16, 28| 28 Opdat zo bekend zij, dat men de
26 18, 6 | vaderen bekend geworden, opdat zij zeker wetende wat eden
27 18, 19| tevoren bekend gemaakt, opdat zij niet zouden vergaan,
28 19, 4 | die hun wedervaren waren, opdat zij vervullen zouden de
29 19, 5 | 5 En opdat uw volk een zeer wonderlijke
30 19, 6 | uw bijzondere geboden; en opdat uw kinderen zouden onbeschadigd
|