Chapter, Verse
1 1, 14| het rijk der hel is niet op aarde.~
2 2, 12| 12 Laat ons op de rechtvaardige loeren,
3 3, 9 | 9 Die op hem betrouwen zullen de
4 3, 17| worden, en hun ouderdom zal op het laatste zonder eer zijn.~
5 5, 22| welgespannen boog uit de wolken op het doelwit treffen.~
6 6, 16| die harer waardig zijn, en op de paden verschijnt zij
7 6, 23| 23 En ik zal mij op de weg niet begeven met
8 7, 3 | gemeen is, en ben gevallen op de aarde, die gelijke eigenschappen
9 7, 15| gegeven zijn, want hij leidt op de weg der wijsheid en bestiert
10 7, 23| onbekommerd, die alles vermag, die op alles ziet, en die door
11 8, 12| zal zwijgen, zullen zij op mij wachten, en als ik zal
12 8, 12| spreek, zullen zij de hand op hun mond leggen.~
13 9, 8 | gezegd, dat ik een tempel op uw heilige berg zou bouwen,
14 9, 16| maken wij na de dingen die op aarde zijn, en met moeite
15 9, 18| gemaakt de paden dergenen, die op aarde zijn, en de mensen
16 10, 10| geleidde de rechtvaardige op rechte paden, als hij vluchtende
17 11, 2 | plaatsen sloegen zij tenten op.~
18 11, 15| over die hebben zij zich op het einde van de uitkomsten
19 11, 23| morgendauw, nederkomende op de aarde.~
20 12, 19| hoop gegeven, omdat gij op de zonden bekering geeft.~
21 14, 19| zijn kunst, de gelijkheid op het schoonst uit te drukken.~
22 14, 29| Want betrouwen hebbende op de afgoden die geen leven
23 16, 17| 17 Want (hetwelk op het hoogste te verwonderen
24 18, 3 | kolom, die hen geleidde op de weg der onbekende reis,
25 18, 16| de hemel, maar ging ook op de aarde.~
26 18, 24| 24 Want op de lange rok was het gehele
27 18, 24| ingegraveerd en uw grootmogendheid op de hoed van zijn hoofd.~
28 19, 12| troost kwamen kwakkelen op uit de zee; doch de straffen
29 19, 18| waren om te zwemmen gingen op de aarde.~
|