Chapter, Verse
1 2, 3 | onze geest wordt verspreid gelijk de wijde lucht.~
2 2, 4 | ons leven gaat voorbij, gelijk de voetstappen van een wolk,
3 2, 4 | wolk, en wordt verstrooid gelijk een nevel, die van de stralen
4 2, 6 | bezitten metterhaast gebruiken, gelijk in de jeugd.~
5 2, 20| opzicht genomen worden, gelijk hij zegt.~
6 3, 6 | 6 Hij heeft hen beproefd gelijk goud in een smeltoven, en
7 3, 7 | en over en weer lopen, gelijk de vonken in de stoppelen.~
8 3, 10| goddelozen zullen gestraft worden gelijk zij gedacht hebben; die
9 5, 9 | dingen zijn voorbijgegaan gelijk een schaduw, en gelijk een
10 5, 9 | voorbijgegaan gelijk een schaduw, en gelijk een voorbijlopende tijding.~
11 5, 10| 10 Gelijk een schip varende door de
12 5, 11| 11 Of gelijk geen kenteken wordt gevonden
13 5, 12| 12 Of gelijk wanneer een pijl, naar het
14 5, 15| hoop van de goddeloze is gelijk een vezeltje, hetwelk van
15 5, 15| wind gedreven wordt, en gelijk een dunne rijm, die door
16 5, 15| wind verwaaid wordt, of ook gelijk de gedachtenis voorbijgaat
17 5, 22| bliksemen zullen heengaan, en gelijk als van een welgespannen
18 7, 1 | sterfelijk mens, alle anderen gelijk, en van het geslacht van
19 7, 3 | mijn eerste stem geweest, gelijk van alle anderen.~
20 11, 12| tegenwoordig waren, werden gelijk gekweld.~
21 11, 23| de ganse wereld is voor u gelijk een aasje uit de weegschalen,
22 12, 24| hielden, zijnde bedrogen gelijk de onverstandige kinderen.~
23 13, 13| maakt het eens mensenbeeld gelijk.~
24 13, 14| een dier van kleine waarde gelijk is, en bestrijkt het met
25 15, 16| kan een god maken die Hem gelijk is.~
26 16, 29| valt, en zal wegvloeien gelijk onnut water.~
27 18, 8 | 8 Want gelijk gij de tegenpartijen hebt
28 19, 9 | paarden geweid en huppelden gelijk lammeren, prijzende u Here,
29 19, 17| door zichzelf veranderd, gelijk in een snarenspel de tonen
|