Chapter, Verse
1 6, 23| 23 En ik zal mij op de weg niet begeven met
2 7, 7 | 7 Daarom bad ik, en mij werd verstand gegeven; ik
3 7, 7 | geest der wijsheid kwam tot mij.~
4 7, 11| En allerlei goed kwam tot mij met haar, en ontelbare rijkdom
5 7, 15| 15 En God heeft mij gegeven mijn mening te zeggen,
6 7, 15| waardig te de dingen, die mij gegeven zijn, want hij leidt
7 7, 17| 17 Want hij heeft mij gegeven ware kennis der
8 7, 21| kunstenares is, heeft ze mij geleerd.~
9 8, 2 | aan, en haar gezocht voor mij te nemen tot een bruid,
10 8, 9 | heb Ik dan besloten ze tot mij te brengen, om met mij te
11 8, 9 | tot mij te brengen, om met mij te leven, wetende dat zij
12 8, 9 | te leven, wetende dat zij mij zal raden hetgeen goed is,
13 8, 9 | hetgeen goed is, en zal mij een vermaning zijn, in zorg
14 8, 12| zal zwijgen, zullen zij op mij wachten, en als ik zal spreken,
15 8, 13| degenen achterlaten, die na mij komen zullen.~
16 8, 14| regeren, en natiën zullen mij onderworpen zijn.~
17 8, 15| Schrikkelijke tirannen, mij horende, zullen vrezen,
18 8, 15| onder de menigte zal ik mij goedertieren vertonen, en
19 8, 18| zoekende hoe ik haar tot mij nemen mocht.~
20 8, 21| worden, indien God haar mij niet gaf, (en dat was ook
21 9, 4 | 4 Geef mij de wijsheid, die bij uw
22 9, 4 | uw tronen zit, en verwerp mij niet uit uw kinderen.~
23 9, 7 | 7 Gij hebt mij verkoren tot een koning
24 9, 10| heerlijkheid, opdat zij bij mij tegenwoordig zijnde met
25 9, 10| tegenwoordig zijnde met mij arbeide, en dat ik mag verstaan,
26 9, 11| en verstaat ze, en zal mij voorzichtig leiden in mijn
27 9, 11| in mijn handelingen, en mij bewaren door haar heerlijkheid.~
|