Chapter, Verse
1 1, 13| dood niet gemaakt, en heeft geen vermaak aan het verderf
2 1, 14| heilzaam, en in deze is geen venijn des verderfs, en
3 2, 1 | en moeilijk, en daar is geen genezing tegen de dood des
4 2, 5 | voorbijgaat, en daar is geen wederkeren van onze dood,
5 3, 1 | zijn in de hand Gods, en geen kwaal zal hen aanraken.~
6 3, 14| de gesnedene is zalig die geen onrecht met zijn hand gewrocht,
7 3, 18| te sterven, zo zullen zij geen hoop hebben, noch troost
8 4, 3 | menigte der goddelozen zal geen voordeel doen, en wat uit
9 5, 10| als het voorbij gevaren is geen spoor gevonden wordt, noch
10 5, 11| 11 Of gelijk geen kenteken wordt gevonden
11 5, 11| wordt, en daarna vindt men geen teken in hem van de doortocht.~
12 5, 14| 14 En kunnen geen teken der deugd tonen, maar
13 6, 14| haar zal gekomen zijn, zal geen moeite hebben, want hij
14 6, 23| deze zal met de wijsheid geen gemeenschap hebben.~
15 7, 5 | 5 Want geen koning heeft een ander begin
16 7, 9 | 9 Ik vergeleek geen edele steen bij haar, want
17 8, 16| haar te verkeren brengt geen verdriet, noch smart met
18 11, 18| wereld uit een stof, die geen gedaante had, geschapen
19 11, 25| lief wat daar is, en hebt geen gruwel aan iets dat gij
20 12, 13| 13 Want daar is geen God dan gij die voor alle
21 13, 1 | nature ijdel, bij welke geen kennis van God is, en hebben
22 14, 29| hebbende op de afgoden die geen leven hebben, zo verwachten
23 15, 16| die heeft hen bereid; want geen mens kan een god maken die
24 16, 9 | sprinkhanen en vliegen gedood, en geen genezing werd voor hun ziel
25 17, 5 | 5 Zelfs geen kracht des vuurs vermocht
26 18, 2 | verongelijkt zijnde, hun nochtans geen schade deden, en smeekten
27 18, 13| 13 Want geen van al deze dingen gelovende
|