Chapter, Verse
1 2, 2 | 2 Want bij geval zijn wij geboren en na deze zullen
2 2, 2 | geboren en na deze zullen wij zijn alsof wij niet geweest
3 2, 2 | deze zullen wij zijn alsof wij niet geweest waren, want
4 2, 6 | goederen genieten, en hetgeen wij bezitten metterhaast gebruiken,
5 2, 16| 16 Wij worden van hem geacht als
6 2, 19| pijniging onderzoeken, opdat wij zijn bescheidenheid mogen
7 4, 17| 17 Want wij zullen zien het einde van
8 5, 3 | zeggen: Deze was het over wie wij eertijds lachten, en die
9 5, 3 | eertijds lachten, en die wij voor een smadelijke beschimping
10 5, 4 | 4 Wij zotten, hielden zijn leven
11 5, 6 | 6 Voorwaar wij zijn van de weg der waarheid
12 5, 7 | 7 Wij zijn vervuld geworden in
13 5, 7 | de weg des Heren hebben wij niet gekend.~
14 5, 13| 13 Zo ook wij, als wij geboren zijn, terstond
15 5, 13| 13 Zo ook wij, als wij geboren zijn, terstond zijn
16 5, 13| geboren zijn, terstond zijn wij bezweken.~
17 7, 16| in zijn hand zijn beide wij en onze woorden, ook allerlei
18 9, 16| 16 En nauwelijks maken wij na de dingen die op aarde
19 9, 16| zijn, en met moeite vinden wij hetgeen onder handen is;
20 12, 22| tienduizend maal meer, opdat wij oordelende, uw goedheid
21 15, 2 | 2 Want ook zo wij zondigen; wij zijn uw, wetende
22 15, 2 | Want ook zo wij zondigen; wij zijn uw, wetende uw kracht,
23 15, 2 | wetende uw kracht, maar wij zullen niet zondigen, wetende
24 15, 2 | niet zondigen, wetende dat wij onder de uwen gerekend worden.~
|