Chapter, Verse
1 1, 1 | aarde richt; hebt van de Here een goed gevoelen en zoekt
2 1, 9 | zijner woorden zal voor de Here komen, tot bestraffing zijner
3 3, 8 | de volken heersen, en de Here zal als koning in eeuwigheid
4 3, 10| hebben geacht, en van de Here zijn afgeweken.~
5 3, 14| noch boze dingen tegen de Here, gedacht heeft, want hem
6 4, 14| 14 Want zijn ziel was de Here aangenaam, daarom heeft
7 4, 17| hebben, en waartoe hem de Here verzekerd heeft.~
8 4, 18| en niets achten, maar de Here zal hen uitlachen.~
9 5, 16| eeuwigheid, en hun loon is bij de Here, en de Allerhoogste zorgt
10 6, 3 | heerschappij is u door de Here gegeven, en de macht door
11 6, 7 | 7 Want de Here van allen zal de persoon
12 8, 3 | met God verkeert, en de Here aller dingen heeft haar
13 8, 21| komt) zo ging ik tot de Here, en bad hem, en sprak uit
14 9, 1 | O God mijner vaderen, en Here der barmhartigheid, die
15 10, 20| goddelozen beroofd, en hebben, Here, uw heilige naam lof gezongen
16 11, 14| genoten, zo voelden zij de Here.~
17 11, 27| omdat zij de uwe zijn, o Here, gij liefhebber der zielen.~
18 12, 2 | boosheid afgeweken zijnde in u, Here, geloven zouden.~
19 13, 3 | erkennen hoeveel beter de Here daarvan is; want de oorspronkelijke
20 13, 9 | hebben zij niet veel eer de Here dezer dingen gevonden?~
21 16, 12| heeft hen genezen, maar, Here, uw woord, hetwelk alle
22 16, 26| kinderen, welke gij lief hebt, Here, leren zouden, dat niet
23 19, 9 | gelijk lammeren, prijzende u Here, die hen verlost had.~
24 19, 21| 21 Want, Here, in allen hebt gij uw volk
|