Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dat 101
datzelfde 1
datzelve 1
de 572
deden 1
deed 1
deel 5
Frequency    [«  »]
-----
-----
-----
572 de
523 en
226 een
210 zij

Het boek der Wijsheid

IntraText - Concordances

de

1-500 | 501-572

    Chapter, Verse
501 18, 8 | 8 Want gelijk gij de tegenpartijen hebt gestraft, 502 18, 9 | 9 Want de heilige kinderen der vromen 503 18, 9 | verborgen, en ordineerden de Goddelijke wet met eendracht, 504 18, 9 | Goddelijke wet met eendracht, dat de heiligen beide derzelver 505 18, 9 | zingende reeds tevoren de lof der vaderen.~ 506 18, 10| een erbarmelijke stem over de kinderen die beweend werden, 507 18, 11| 11 En de knecht met de heer werden 508 18, 11| 11 En de knecht met de heer werden met gelijke 509 18, 11| gelijke straf geplaagd, en de gemene man moest met de 510 18, 11| de gemene man moest met de koning hetzelfde lijden.~ 511 18, 12| doods, ontelbare doden, want de levenden waren zelfs niet 512 18, 13| dingen gelovende vanwege de toverijen, hebben zij in 513 18, 13| toverijen, hebben zij in de dood der eerstgeborenen 514 18, 14| rust en stilte waren, en de nacht in zijn snelheid half 515 18, 15| uw alvermogend woord van de hemel uit de koninklijke 516 18, 15| alvermogend woord van de hemel uit de koninklijke troon af, als 517 18, 16| doden, en raakte wel aan de hemel, maar ging ook op 518 18, 16| hemel, maar ging ook op de aarde.~ 519 18, 17| ontroerden hen terstond zeer de inbeeldingen van schrikkelijke 520 18, 18| 18 En de een herwaarts, de ander 521 18, 18| 18 En de een herwaarts, de ander derwaarts geworpen 522 18, 19| 19 Want de dromen die hen ontroerden, 523 18, 20| 20 Ook heeft eenmaal de aanvechting des doods de 524 18, 20| de aanvechting des doods de rechtvaardigen aangeraakt 525 18, 20| rechtvaardigen aangeraakt en is in de woestijn een verbreking 526 18, 21| 21 Want de onstrafbare man kwam haastig 527 18, 21| streed voor hen, brengende de wapenen van zijn dienst, 528 18, 21| dienst, namelijk het gebed en de verzoening door het reukwerk, 529 18, 21| reukwerk, en stelde zich tegen de gramschap en maakte een 530 18, 21| en maakte een einde aan de jammer, betonende dat hij 531 18, 22| 22 En hij overwon de verderver niet door sterkte 532 18, 22| door het woord bracht hij de plagende ten onder, hebbende 533 18, 22| onder, hebbende verhaald de eden, en de verbonden met 534 18, 22| hebbende verhaald de eden, en de verbonden met de vaderen 535 18, 22| eden, en de verbonden met de vaderen opgericht.~ 536 18, 23| 23 Want als nu reeds de doden met hopen over elkander 537 18, 23| hij tussen beiden, hieuw de toorn af en sneed de weg 538 18, 23| hieuw de toorn af en sneed de weg af tot de levenden.~ 539 18, 23| af en sneed de weg af tot de levenden.~ 540 18, 24| 24 Want op de lange rok was het gehele 541 18, 24| het gehele versiersel, en de heerlijkheid der vaderen 542 18, 24| heerlijkheid der vaderen in de vier rijen der stenen ingegraveerd 543 18, 24| en uw grootmogendheid op de hoed van zijn hoofd.~ 544 18, 25| 25 Voor deze dingen week de verderver, en deze vreesde 545 18, 25| en deze vreesde hij, want de beproeving des toorns was 546 19, 1 | 1 MAAR de toorn overviel de goddelozen 547 19, 1 | 1 MAAR de toorn overviel de goddelozen zonder ontferming 548 19, 3 | 3 Want hebbende nog de rouw in handen en klagende 549 19, 3 | in handen en klagende bij de graven der doden, namen 550 19, 4 | 4 Want de noodzakelijkheid, die zij 551 19, 4 | opdat zij vervullen zouden de plaag die aan hun pijnen 552 19, 6 | bewaard zijn, overschaduwde de wolk de legerplaats.~ 553 19, 6 | zijn, overschaduwde de wolk de legerplaats.~ 554 19, 7 | droog land opkomen, en uit de Rode zee een weg zonder 555 19, 10| zij waren nog gedachtig de dingen die geschied waren 556 19, 10| hun vreemdelingschap; hoe de aarde in plaats van voortteling 557 19, 10| vliegen had voortgebracht, en de rivier in plaats van vissen, 558 19, 12| kwamen kwakkelen op uit de zee; doch de straffen kwamen 559 19, 12| kwakkelen op uit de zee; doch de straffen kwamen over de 560 19, 12| de straffen kwamen over de zondaars;~ 561 19, 13| Sodom; want dezen namen de onbekenden die daar kwamen 562 19, 13| dwongen tot dienstbaarheid de vreemdelingen, die hun weldaden 563 19, 14| hen opzicht had, omdat zij de vreemden vijandig ontvingen.~ 564 19, 16| gelijkerwijs degenen die voor de deur des rechtvaardigen 565 19, 16| omgeven zijnde, zocht elk de weg van zijn deur.~ 566 19, 17| 17 Want de elementen worden gevoegelijk 567 19, 17| gelijk in een snarenspel de tonen de naam van de melodie 568 19, 17| een snarenspel de tonen de naam van de melodie veranderen, 569 19, 17| snarenspel de tonen de naam van de melodie veranderen, blijvende 570 19, 18| 18 Want de land-dieren veranderen in 571 19, 18| om te zwemmen gingen op de aarde.~ 572 19, 20| 20 Wederom de vlammen verzengden niet


1-500 | 501-572

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License