Chapter, Verse
1 5, 3 | een smadelijke beschimping hadden.~
2 10, 14| die hem wreed behandeld hadden; en heeft betoond dat zij
3 10, 14| waren, die hem beschimpt hadden, en heeft hem een eeuwige
4 11, 4 | 4 Zij hadden dorst en riepen u aan, en
5 11, 6 | welgedaan, als zij gebrek hadden;~
6 11, 15| leven al spottende afgezegd hadden, over die hebben zij zich
7 11, 21| 21 Ja, zij hadden ook zonder deze dingen door
8 12, 27| God was, die zij eertijds hadden geweigerd te kennen; waarom
9 15, 17| hij leven heeft, maar zij hadden het nooit.~
10 16, 3 | genen, die tot spijs lust hadden, vanwege de vertoonde plaag
11 18, 1 | 1 MAAR uw heiligen hadden een zeer groot licht, welker
12 18, 2 | dat zij met hen geschil hadden gehad.~
13 18, 5 | En als zij beraadslaagd hadden de kleine kinderen der heiligen
14 18, 6 | het waren die zij geloofd hadden, daarover goedsmoeds zouden
15 18, 12| 12 En zij hadden gezamenlijk allen, onder
16 18, 19| dromen die hen ontroerden, hadden hun dit tevoren bekend gemaakt,
17 19, 3 | voornemen: die zij met smekingen hadden uitgestoten, dezen hebben
18 19, 13| tegen vreemdelingen geoefend hadden als die van Sodom; want
19 19, 13| die hun weldaden bewezen hadden.~
20 19, 15| met feestviering ontvangen hadden, en die nu reeds medegenoten
|