Chapter, Verse
1 1, 2 | hij wordt gevonden door degenen die hem niet verzoeken,
2 6, 5 | streng oordeel zal gaan over degenen, die over anderen gesteld
3 6, 12| wordt licht gezien door degenen die haar liefhebben, en
4 6, 13| 13 Zij voorkomt degenen die haar begeren, om tevoren
5 6, 16| gaat rondom heen, zoekende degenen die harer waardig zijn,
6 8, 13| een eeuwige gedachtenis degenen achterlaten, die na mij
7 10, 9 | heeft uit moeite verlost degenen die haar dienen.~
8 10, 12| en maakte hem zeker tegen degenen, die hem lagen legden, en
9 10, 14| koninkrijks bracht, en macht over degenen die hem wreed behandeld
10 11, 3 | 3 Zij stelden zich tegen degenen die hen beoorloogden, en
11 12, 2 | Daarom bestraft gij langzaam degenen die vervallen, en vermaant
12 12, 14| ogen kunnen gaan, vanwege degenen, die gij gestraft hebt.~
13 12, 17| wederlegt de stoutheid in degenen die ze kennen.~
14 12, 23| Vanwaar het ook komt, dat gij degenen die in dwaasheid des levens
15 14, 15| nu als een God, en beval degenen, die onder zijn gebied waren,
16 16, 4 | 4 Want het betaamde dat degenen, die tirannie oefenden,
17 16, 24| gedijen tot weldadigheid voor degenen die u betrouwen.~
18 16, 26| dat uw woord onderhoudt degenen die u geloven.~
19 19, 15| plaagden met zware arbeid degenen, welke zij met feestviering
20 19, 16| blindheid geslagen, gelijkerwijs degenen die voor de deur des rechtvaardigen
|