Chapter, Verse
1 3, 14| genade des geloofs, en een zeer aangenaam lot in de tempel
2 4, 4 | uitspruiten, nochtans dewijl zij zeer loffelijk voortkomen, zullen
3 5, 17| zullen zij ontvangen een zeer heerlijk rijk, en een schone
4 5, 23| water der zee zal tegen hen zeer woeden, en de stromen zullen
5 8, 5 | 5 En zo rijkdom een zeer begeerlijke bezitting is
6 9, 5 | en van weinig tijds, en zeer gering in het verstand van
7 12, 4 | 4 Omdat zij zeer hatelijke werken bedreven,
8 12, 27| Want over welke dingen zij zeer ontevreden waren, als zij
9 13, 4 | 4 En is het dat zij zeer verwonderd zijn geweest
10 14, 5 | mensen hun zielen aan een zeer gering hout, en varende
11 15, 14| onderdrukken, zijn allen zeer onwijs, en ellendig boven
12 15, 19| En zijn niet schoon om zo zeer begeerd te worden, in het
13 17, 3 | verbaasd, door spokerijen zeer beroerd zijnde.~
14 17, 7 | lagen ook ter neder, en dat zeer smadelijk bewijs hunner
15 17, 19| deze dingen maakten hen zeer bevreesd en krachteloos.~
16 18, 1 | MAAR uw heiligen hadden een zeer groot licht, welker stem
17 18, 17| ontroerden hen terstond zeer de inbeeldingen van schrikkelijke
18 19, 5 | 5 En opdat uw volk een zeer wonderlijke reis doen zou,
19 19, 20| verzengden niet het vlees der zeer licht verderfelijke beesten,
|