Chapter, Verse
1 1, 3 | scheiden van God, en zijn kracht beproefd zijnde overtuigt
2 4, 4 | wind bewogen, en van de kracht der winden uitgeworteld
3 5, 11| geslagen wind, die door de kracht des suizens gespleten wordt,
4 5, 24| 24 De Geest der kracht zal hen tegenstaan, en hen
5 7, 25| Want zij is een damp der kracht Gods, en een zuivere uitvloeiing
6 7, 26| spiegel van Gods werkende kracht, en een beeld zijner goedheid.~
7 11, 21| verstrooid door de geest uwer kracht, als door een wan, maar
8 11, 22| altijd bij u, en wie kan de kracht van uw arm tegenstaan?~
9 13, 4 | verwonderd zijn geweest over hun kracht en werking, dat zij daaruit
10 14, 31| 31 Want niet de kracht dergene bij welke men zweert,
11 15, 2 | wij zijn uw, wetende uw kracht, maar wij zullen niet zondigen,
12 15, 3 | volkomen gerechtigheid, en uw kracht weten, is een wortel der
13 16, 17| het vuur had een meerdere kracht in het water, hetwelk toch
14 16, 19| midden van het water boven de kracht van het vuur, opdat zij
15 16, 23| heeft het ook zijn eigen kracht vergeten, opdat de rechtvaardigen
16 16, 24| geschapen hebt, strekt zijn kracht uit tot straf tegen de onrechtvaardigen,
17 17, 5 | 5 Zelfs geen kracht des vuurs vermocht hen te
18 18, 22| des lichaams, niet door kracht van wapenen, maar door het
19 19, 19| water, hebbende zijn eigen kracht vergeten; en het water vergat
|