Chapter, Verse
1 2, 3 | 3 Welke uitgeblust zijnde, zo wordt
2 3, 13| zalig, die onbevlekt is, welke het bed niet heeft gekend
3 8, 7 | gerechtigheid en dapperheid, welke de mens nuttiger zijn in
4 9, 8 | van de heiilge tabernakel, welke gij tevoren van den beginne
5 10, 3 | 3 Van welke de onrechtvaardige, afvallig
6 12, 12| heidenen die verloren zijn, welke gij gemaakt hebt? of wie
7 12, 27| 27 Want over welke dingen zij zeer ontevreden
8 13, 1 | zijn van nature ijdel, bij welke geen kennis van God is,
9 14, 17| 17 Welke, daar de mensen niet konden
10 14, 20| zijnde hield die voor God, welke weinig tijd tevoren als
11 14, 31| niet de kracht dergene bij welke men zweert, maar de wraak
12 15, 8 | in dezelve gaan zal, uit welke hij genomen is, wanneer
13 15, 11| ziel hem ingeblazen heeft, welke in hem werkt, en hem een
14 16, 26| 26 Opdat uw kinderen, welke gij lief hebt, Here, leren
15 17, 13| onwetendheid der oorzaak, welke die pijn meebrengt.~
16 17, 14| 14 Zij nu, die nacht, welke voorwaar onverdragelijk
17 18, 4 | ingesloten hielden door welke het onverderfelijke licht
18 19, 15| met zware arbeid degenen, welke zij met feestviering ontvangen
|