Chapter, Verse
1 2, 18| de rechtvaardige een zoon Gods is, zo zal hij hem te hulp
2 2, 22| verstaan de verborgenheden Gods niet, en hebben het loon
3 3, 1 | rechtvaardigen zijn in de hand Gods, en geen kwaal zal hen aanraken.~
4 5, 5 | gerekend onder de kinderen Gods, en hoe is zijn lot onder
5 6, 4 | bewaard, noch naar de raad Gods hebt gewandeld.~
6 7, 25| zij is een damp der kracht Gods, en een zuivere uitvloeiing
7 7, 26| een onbevlekte spiegel van Gods werkende kracht, en een
8 7, 27| overgaande, maakt zij vrienden Gods en profeten.~
9 8, 4 | leermeesteres der wetenschap Gods, en doet een keuze uit zijn
10 9, 13| van de mensen kan de raad Gods kennen? Of wie kan bedenken
11 10, 10| heeft hem het koninkrijk Gods getoond, en kennis van heilige
12 12, 7 | waardige inwoning der kinderen Gods ontvangen zou.~
13 12, 26| zullen zodanig oordeel Gods beproeven, als zij waardig
14 14, 11| zij onder de schepselen Gods tot een gruwel geworden
15 15, 19| dieren; maar zij zijn de lof Gods en zijn zegen ontvloden.~
16 16, 18| zouden zien, dat zij door Gods oordeel aangedreven werden.~
17 18, 13| beleden, dat dit volk kinderen Gods waren.~
|