1-500 | 501-523
Chapter, Verse
501 18, 25| dingen week de verderver, en deze vreesde hij, want de
502 19, 2 | zouden toelaten te vertrekken en met haast heengezonden hebbende,
503 19, 2 | berouw zouden krijgen, en hen zouden vervolgen.~
504 19, 3 | hebbende nog de rouw in handen en klagende bij de graven der
505 19, 4 | trok hen tot dit einde, en bracht hen in een vergetelheid
506 19, 5 | 5 En opdat uw volk een zeer wonderlijke
507 19, 6 | dienende uw bijzondere geboden; en opdat uw kinderen zouden
508 19, 7 | 7 En waar tevoren water stond,
509 19, 7 | men droog land opkomen, en uit de Rode zee een weg
510 19, 7 | weg zonder verhindering, en uit een sterke vloed, een
511 19, 8 | uw hand beschermd werden, en zagen wonderlijke wonderwerken.~
512 19, 9 | werden als paarden geweid en huppelden gelijk lammeren,
513 19, 10| vliegen had voortgebracht, en de rivier in plaats van
514 19, 11| 11 En ten laatste hebben zij ook
515 19, 14| 14 En niet alleen dat, maar mochten
516 19, 15| 15 En zij plaagden met zware arbeid
517 19, 15| feestviering ontvangen hadden, en die nu reeds medegenoten
518 19, 18| veranderen in water-dieren, en die gemaakt waren om te
519 19, 19| zijn eigen kracht vergeten; en het water vergat zijn uitblussende
520 19, 20| in het midden derzelve, en die als ijs licht smeltende
521 19, 21| allen hebt gij uw volk groot en heerlijk gemaakt en hebt
522 19, 21| groot en heerlijk gemaakt en hebt het niet onwaardig
523 19, 21| onwaardig gekeurd te allen tijde en in alle plaatsen bij te
1-500 | 501-523 |