Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
vals 2
valse 2
valt 2
van 167
vanwaar 1
vanwege 8
vanzelf 1
Frequency    [«  »]
185 want
175 het
168 is
167 van
162 der
156 zijn
141 in

Het boek der Wijsheid

IntraText - Concordances

van

    Chapter, Verse
1 1, 1 | die de aarde richt; hebt van de Here een goed gevoelen 2 1, 3 | verkeerde gedachten scheiden van God, en zijn kracht beproefd 3 1, 5 | de bedriegerij, wijkt af van de gedachten der onverstandigen 4 1, 11| murmurering en onthoudt uw tong van achterklappen, want de verborgen 5 2, 2 | voortkomende door de beweging van ons hart.~ 6 2, 4 | voorbij, gelijk de voetstappen van een wolk, en wordt verstrooid 7 2, 4 | verstrooid gelijk een nevel, die van de stralen der zon nagejaagd 8 2, 4 | stralen der zon nagejaagd en van haar hitte bezwaard wordt.~ 9 2, 5 | daar is geen wederkeren van onze dood, want die is verzegeld 10 2, 9 | 9 Niemand van ons zij zonder deel te hebben 11 2, 12| de wet, en maakt gerucht van ons vanwege de zonden onzer 12 2, 13| wendt voor dat hij kennis van God heeft, en noemt zichzelf 13 2, 16| 16 Wij worden van hem geacht als vals zilver, 14 2, 16| zilver, en hij houdt zich af van onze wegen, als van onreinheden: 15 2, 16| zich af van onze wegen, als van onreinheden: hij prijst 16 2, 23| heeft hem gemaakt een beeld van zijn eigen natuur.~ 17 2, 24| de wereld gekomen, en die van zijn deel zijn, die proeven 18 3, 3 | 3 En hun afscheiden van ons schijnt hun te zijn 19 3, 7 | 7 Ten tijde van hun bezoeking zullen zij 20 3, 10| rechtvaardige niet hebben geacht, en van de Here zijn afgeweken.~ 21 3, 15| 15 Want de vrucht van de goede arbeid is heerlijk, 22 3, 16| volkomen worden, en het zaad van een onwettig bed zal verdwijnen.~ 23 3, 19| 19 Want het einde van het onrechtvaardige geslacht 24 4, 4 | loffelijk voortkomen, zullen zij van de wind bewogen, en van 25 4, 4 | van de wind bewogen, en van de kracht der winden uitgeworteld 26 4, 8 | ouderdom is eerbaar, niet die van veel tijds is, noch die 27 4, 8 | noch die met een getal van jaren gemeten wordt.~ 28 4, 12| het goede; en omdrijving van de lust keert een gemoed 29 4, 17| wij zullen zien het einde van de wijze, en niet bedenken 30 5, 6 | 6 Voorwaar wij zijn van de weg der waarheid afgedwaald, 31 5, 11| kenteken wordt gevonden van de reis des vogels, die 32 5, 11| vindt men geen teken in hem van de doortocht.~ 33 5, 15| 15 Want de hoop van de goddeloze is gelijk een 34 5, 15| gelijk een vezeltje, hetwelk van de wind gedreven wordt, 35 5, 15| gedachtenis voorbijgaat van degene, die maar één dag 36 5, 22| heengaan, en gelijk als van een welgespannen boog uit 37 6, 1 | verstaat; leert gij rechters van de einden der aarde,~ 38 6, 4 | Omdat gij dienaars zijnde van zijn koninkrijk niet recht 39 6, 7 | 7 Want de Here van allen zal de persoon niet 40 6, 17| onderwijzing, en de bezorging van onderwezen te worden is 41 6, 18| liefde is de onderhouding van haar wetten, en de onderhouding 42 6, 22| verbergen, maar zal haar van het begin harer geboorte 43 7, 1 | alle anderen gelijk, en van het geslacht van de eerstgeschapen 44 7, 1 | gelijk, en van het geslacht van de eerstgeschapen mens, 45 7, 3 | eerste stem geweest, gelijk van alle anderen.~ 46 7, 8 | 8 Ik hield meer van haar dan van scepters en 47 7, 8 | hield meer van haar dan van scepters en tronen; en rijkdom 48 7, 9 | al het goud ten aanzien van haar is als een weinig zand, 49 7, 12| en ik wist niet dat zij van deze dingen voortteelster 50 7, 16| kloekheid en wetenschap van handwerken.~ 51 7, 18| tijden, de verwisselingen van de omkeringen der zon, en 52 7, 21| 21 Ik heb kennis van alle, beide van verborgen 53 7, 21| heb kennis van alle, beide van verborgen en openbare dingen, 54 7, 21| dingen, want de wijsheid, die van alle dingen een kunstenares 55 7, 25| uitvloeiing der heerlijkheid van de almachtige, daarom valt 56 7, 26| en een onbevlekte spiegel van Gods werkende kracht, en 57 7, 27| vernieuwt zij alle dingen, en van geslacht tot geslacht, in 58 8, 1 | 1 ZIJ reikt van het ene einde tot het andere 59 8, 2 | liefgehad en uitgezocht van mijn jonkheid aan, en haar 60 8, 2 | geworden een liefhebber van haar schoonheid.~ 61 8, 8 | tevoren, en de uitkomsten van gelegenheden en tijden.~ 62 8, 18| de gezamenlijke oefening van de omgang met haar kloekheid 63 8, 21| ook kloekheid, te weten van wie die genade komt) zo 64 9, 2 | heersen over de schepselen die van u gemaakt zijn,~ 65 9, 5 | dienstmaagd, een zwak mens, en van weinig tijds, en zeer gering 66 9, 5 | zeer gering in het verstand van het gericht en der wetten.~ 67 9, 6 | wanneer de wijsheid, die van u komt, niet bij hem is.~ 68 9, 8 | woning, naar de gelijkheid van de heiilge tabernakel, welke 69 9, 8 | tabernakel, welke gij tevoren van den beginne bereid hadt.~ 70 9, 10| heilige hemelen, ja zend haar van de troon uwer heerlijkheid, 71 9, 13| 13 Want wie van de mensen kan de raad Gods 72 9, 17| Heilige Geest gezonden hebt van de hoogste plaats.~ 73 10, 3 | 3 Van welke de onrechtvaardige, 74 10, 7 | 7 Van welker boosheid nog een 75 10, 7 | staande tot gedachtenis van de ongelovige ziel.~ 76 10, 8 | leven een gedachtenis na, van hun eigen dwaasheid, opdat 77 10, 10| Gods getoond, en kennis van heilige dingen gegeven, 78 10, 12| 12 Zij bewaarde hem van de vijanden, en maakte hem 79 10, 16| Zij is gegaan in de ziel van de dienaar des Heren, en 80 10, 19| heeft zij uit de diepte van de afgrond getrokken.~ 81 11, 1 | voorspoedig gemaakt door de hand van de heilige profeet.~ 82 11, 4 | steile steenrots, en genezing van dorst uit een harde steen.~ 83 11, 7 | 7 Zulks dat in plaats van een fontein van de altijd 84 11, 7 | in plaats van een fontein van de altijd vlietende stroom, 85 11, 15| hebben zij zich op het einde van de uitkomsten verwonderd, 86 11, 16| 16 En in plaats van de onverstandige overleggingen 87 11, 18| hen te zenden een menigte van beren, of stoute leeuwen.~ 88 11, 19| uitsnuiven, of een ruisen van een verwaaide rook, of schrikkelijke 89 11, 22| u, en wie kan de kracht van uw arm tegenstaan?~ 90 11, 23| weegschalen, en als een droppel van de morgendauw, nederkomende 91 12, 2 | zij zondigen, opdat zij van de boosheid afgeweken zijnde 92 12, 3 | hatende de oude inwoners van uw heilig land,~ 93 12, 4 | hatelijke werken bedreven, van toverijen en onheilige offeranden,~ 94 12, 5 | kinderen, en die het ingewand van mensenvlees aten,~ 95 12, 6 | bloedeters uit het midden van uw goddelijk land, en de 96 12, 7 | bij u het dierbaarste is van alle, de waardige inwoning 97 12, 8 | verschoond, en hebt voorlopers van uw leger voor hen heengezonden, 98 12, 11| het was een vervloekt zaad van den beginne; noch iemand 99 12, 15| acht het vreemd te zijn van uw macht, te veroordelen 100 12, 20| tijd en wijze, waardoor zij van de boosheid mochten aflaten;~ 101 12, 21| vaderen gij eden en verbonden van goede beloften hebt opgericht?~ 102 13, 1 | VOORWAAR alle mensen zijn van nature ijdel, bij welke 103 13, 1 | ijdel, bij welke geen kennis van God is, en hebben uit de 104 13, 10| onnutte steen, zijnde het werk van een oude hand.~ 105 13, 12| gebruikt hij de spaanders van zijn werk om spijze te bereiden, 106 13, 13| en maakt daar een beeld van door de ervarenheid zijns 107 13, 14| maakt, dat het een dier van kleine waarde gelijk is, 108 14, 13| 13 Want zij waren van den beginne niet, en zullen 109 14, 17| hun aangezicht, dat verre van hen was, afgebeeld, en hebben 110 14, 17| schijnbaar beeld gemaakt van de koning die zij eerden; 111 14, 18| 18 De eergierigheid van de kunstenaar heeft ook 112 14, 18| aangedreven tot voortzetten van deze dienst der beelden.~ 113 14, 20| volk, door de aangenaamheid van het werk aangelokt zijnde 114 14, 22| genoeg omtrent de kennis van God te dwalen, maar ook 115 14, 26| der zielen, verwisseling van het geslacht, ongeregeldheid 116 14, 26| geslacht, ongeregeldheid van het huwelijk, overspel en 117 14, 27| de oorzaak, en het einde van alle kwaad.~ 118 14, 30| een kwaad gevoelen hebben van God, aanhangende de afgoden; 119 15, 5 | lust krijgt tot de gedaante van een dood beeld, hetwelk 120 15, 6 | Zulke mensen zijn beminnaars van kwade dingen, en zodanige 121 15, 7 | werken dienen; en waartoe elk van die beide zal gebruikt worden, 122 15, 12| wanneer men kan, zelfs ook van het kwade, gewin zoeken.~ 123 15, 13| dat hij zondig, makende van aardse stoffen vaten die 124 16, 2 | 2 In plaats van zulk een plaag, hebt gij 125 16, 2 | hebt toebereid, om de lust van hun begeerte te verzadigen.~ 126 16, 3 | gezonden waren, hen ook van de noodwendige begeerte 127 16, 6 | doen gedenken aan het gebod van uw wet.~ 128 16, 7 | maar door u de behouder van allen.~ 129 16, 9 | 9 Want die werden wel van de beten der sprinkhanen 130 16, 9 | omdat zij waardig waren van zulke geplaagd te worden.~ 131 16, 10| kinderen zijn ook zelfs van de tanden de venijnige draken 132 16, 19| ook de vlam in het midden van het water boven de kracht 133 16, 19| het water boven de kracht van het vuur, opdat zij het 134 16, 19| vuur, opdat zij het gewas van het land des onrechtvaardigen 135 16, 20| engelen, en toebereid brood van de hemel gezonden zonder 136 16, 27| 27 Want hetgeen van het vuur niet verdorven 137 17, 2 | te houden, lagen gebonden van de duisternis, en geboeid 138 17, 2 | de duisternis, en geboeid van de lange nacht, besloten 139 17, 8 | Want zij, die beloofden van de zieke mens de schrik 140 17, 12| der behulpzaamheden, die van het vernuft voortkomen.~ 141 17, 13| hoe minder de verwachting van binnen is, hoe meer zij 142 17, 14| uit de binnenste holen van de onverdragelijke hel voortgekomen, 143 17, 19| dichte takken, of het ruisen van het water, met geweld aflopende, 144 17, 19| gerommel der stenen, die van boven nedergeworpen worden, 145 18, 4 | waren ook waardig, dat zij van het licht beroofd en in 146 18, 5 | heiligen te doden, en een kind van die in het water uitgezet 147 18, 7 | 7 En van uw volk is verkregen de 148 18, 13| 13 Want geen van al deze dingen gelovende 149 18, 15| daalde uw alvermogend woord van de hemel uit de koninklijke 150 18, 15| krijgsheld in het midden van het land, dat verdorven 151 18, 17| terstond zeer de inbeeldingen van schrikkelijke dromen, en 152 18, 21| hen, brengende de wapenen van zijn dienst, namelijk het 153 18, 22| lichaams, niet door kracht van wapenen, maar door het woord 154 18, 24| grootmogendheid op de hoed van zijn hoofd.~ 155 19, 2 | 2 Want God wist van tevoren ook hun toekomende 156 19, 6 | werd in zijn aard wederom van nieuws herschapen, dienende 157 19, 10| geschied waren in het land van hun vreemdelingschap; hoe 158 19, 10| hoe de aarde in plaats van voortteling van beesten, 159 19, 10| in plaats van voortteling van beesten, vliegen had voortgebracht, 160 19, 10| en de rivier in plaats van vissen, een menigte van 161 19, 10| van vissen, een menigte van vorsen uitgeborreld had.~ 162 19, 11| gezien een nieuwe geboorte van vogelen, toen zij door lust 163 19, 13| zonder voorgaande tekenen van zekere geweldige bliksemen, 164 19, 13| geoefend hadden als die van Sodom; want dezen namen 165 19, 15| reeds medegenoten waren van hun rechten.~ 166 19, 16| zijnde, zocht elk de weg van zijn deur.~ 167 19, 17| snarenspel de tonen de naam van de melodie veranderen, blijvende


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License