Chapter, Verse
1 1, 3 | gedachten scheiden van God, en zijn kracht beproefd zijnde overtuigt
2 1, 6 | onschuldig houden degene, die met zijn lippen lastert, want God
3 1, 10| 10 Overmits zijn ijverig oor al de dingen
4 1, 14| alle dingen geschapen om te zijn, en de beginselen der wereld
5 1, 14| de beginselen der wereld zijn heilzaam, en in deze is
6 1, 16| houdende voor een vriend, zijn zij versmolten en hebben
7 1, 16| daarmee opgericht; want zij zijn waardig, dat zij het tot
8 2, 2 | 2 Want bij geval zijn wij geboren en na deze zullen
9 2, 2 | geboren en na deze zullen wij zijn alsof wij niet geweest waren,
10 2, 15| zelfs om aan te zien, want zijn leven is de anderen ongelijk,
11 2, 15| de anderen ongelijk, en zijn paden zijn gans andere.~
12 2, 15| ongelijk, en zijn paden zijn gans andere.~
13 2, 16| rechtvaardigen, en pocht dat God zijn vader is.~
14 2, 17| 17 Laat ons zien, of zijn woorden waarachtig zijn,
15 2, 17| zijn woorden waarachtig zijn, en laat ons opmerken wat
16 2, 19| pijniging onderzoeken, opdat wij zijn bescheidenheid mogen weten,
17 2, 19| bescheidenheid mogen weten, en zijn verdraagzaamheid beproeven.~
18 2, 23| hem gemaakt een beeld van zijn eigen natuur.~
19 2, 24| wereld gekomen, en die van zijn deel zijn, die proeven deze.~
20 2, 24| gekomen, en die van zijn deel zijn, die proeven deze.~
21 3, 1 | zielen der rechtvaardigen zijn in de hand Gods, en geen
22 3, 3 | afscheiden van ons schijnt hun te zijn een vernieling, maar zij
23 3, 3 | een vernieling, maar zij zijn in vrede.~
24 3, 9 | en barmhartigheid is in zijn heiligen, en opzicht over
25 3, 9 | heiligen, en opzicht over zijn uitverkorenen.~
26 3, 10| hebben geacht, en van de Here zijn afgeweken.~
27 3, 11| is ijdel, en hun moeiten zijn tevergeefs, en hun werken
28 3, 12| 12 Hun vrouwen zijn dwaas, en hun kinderen boos.~
29 3, 14| zalig die geen onrecht met zijn hand gewrocht, noch boze
30 3, 17| op het laatste zonder eer zijn.~
31 4, 1 | is het onder kinderen te zijn, en deugd te hebben, want
32 4, 2 | der prijzen, die onbevlekt zijn, gewonnen heeft.~
33 4, 6 | onwettige bijslaap geboren, zijn getuigen der boosheid tegen
34 4, 7 | sterven, zal in de rust zijn.~
35 4, 11| weggerukt, opdat de boosheid zijn verstand niet zou veranderen,
36 4, 11| zou veranderen, of list zijn ziel bedriegen.~
37 4, 14| 14 Want zijn ziel was de Here aangenaam,
38 4, 15| en barmhartigheid is in zijn heiligen, en opzicht over
39 4, 15| heiligen, en opzicht over zijn uitverkorenen.~
40 4, 19| tot een schandelijke val zijn, en tot versmaadheid onder
41 4, 19| worden; en zullen in angst zijn en hun gedachtenis zal vergaan.~
42 5, 1 | dergenen, die hem verdrukt en zijn moeiten verworpen hebben.~
43 5, 4 | 4 Wij zotten, hielden zijn leven voor razernij, en
44 5, 4 | leven voor razernij, en zijn einde voor oneerlijk.~
45 5, 5 | kinderen Gods, en hoe is zijn lot onder de heiligen!~
46 5, 6 | 6 Voorwaar wij zijn van de weg der waarheid
47 5, 7 | 7 Wij zijn vervuld geworden in de paden
48 5, 9 | 9 Al die dingen zijn voorbijgegaan gelijk een
49 5, 12| tezamen loopt, zodat men zijn doorgang niet weet.~
50 5, 13| ook wij, als wij geboren zijn, terstond zijn wij bezweken.~
51 5, 13| wij geboren zijn, terstond zijn wij bezweken.~
52 5, 14| teken der deugd tonen, maar zijn in onze boosheid verteerd
53 5, 17| hand des Heren, want met zijn rechterhand zal hij hen
54 5, 17| hij hen beschermen, en met zijn arm zal hij hen beschutten.~
55 5, 18| 18 Hij zal zijn ijver nemen tot een gehele
56 5, 18| gehele wapenrusting, en zijn schepselen wapenen tot wraak
57 6, 4 | gij dienaars zijnde van zijn koninkrijk niet recht hebt
58 6, 5 | die over anderen gesteld zijn.~
59 6, 14| morgens tot haar zal gekomen zijn, zal geen moeite hebben,
60 6, 14| hebben, want hij zal haar bij zijn poorten vinden zitten.~
61 6, 15| waakt, zal haast zonder zorg zijn.~
62 6, 16| degenen die harer waardig zijn, en op de paden verschijnt
63 6, 25| en het zal u voordelig zijn.~
64 7, 1 | eerstgeschapen mens, die uit de aarde zijn oorsprong heeft.~
65 7, 14| vriendschap bij God, en zijn aangenaam geworden om de
66 7, 15| dingen, die mij gegeven zijn, want hij leidt op de weg
67 7, 16| 16 Want in zijn hand zijn beide wij en onze
68 7, 16| 16 Want in zijn hand zijn beide wij en onze woorden,
69 7, 17| ware kennis der dingen die zijn, om te weten de gestalte
70 8, 4 | Gods, en doet een keuze uit zijn werken.~
71 8, 6 | is er onder de dingen die zijn groter kunstenaar dan zij?~
72 8, 7 | welke de mens nuttiger zijn in het leven, dan enig ander
73 8, 9 | en zal mij een vermaning zijn, in zorg en droefheid.~
74 8, 11| zal ik een verwondering zijn.~
75 8, 14| natiën zullen mij onderworpen zijn.~
76 9, 2 | schepselen die van u gemaakt zijn,~
77 9, 6 | der mensen volmaakt zou zijn, zo zal hij toch niets geacht
78 9, 12| werken zullen aangenaam zijn, en ik zal uw volk rechtvaardig
79 9, 12| richten, en zal waardig zijn de troon mijns vaders.~
80 9, 14| overleggingen der sterfelijke mensen zijn vreesachtig, en onze bedenkingen
81 9, 14| vreesachtig, en onze bedenkingen zijn onzeker.~
82 9, 16| na de dingen die op aarde zijn, en met moeite vinden wij
83 9, 18| 18 En zo zijn recht gemaakt de paden dergenen,
84 9, 18| paden dergenen, die op aarde zijn, en de mensen hebben geleerd
85 9, 19| 19 En door de wijsheid zijn zij behouden geworden.~
86 10, 2 | heeft hem getrokken uit zijn eigen val en hem sterkte
87 10, 3 | afvallig geworden zijnde door zijn toorn, is verloren gegaan
88 10, 5 | der barmhartigheden over zijn zoon.~
89 10, 10| hem voorspoedig gemaakt in zijn arbeid, en zijn moeite vermenigvuldigd.~
90 10, 10| gemaakt in zijn arbeid, en zijn moeite vermenigvuldigd.~
91 11, 7 | zij door etterachtig bloed zijn ontroerd geworden, tot overtuiging
92 11, 10| 10 Want toen zij zijn verzocht geworden, hoewel
93 11, 26| hoe zou er wat gebleven zijn, zo gij niet hadt gewild,
94 11, 26| of onderhouden geweest zijn hetgeen door u niet geroepen
95 11, 27| dingen, omdat zij de uwe zijn, o Here, gij liefhebber
96 12, 12| de heidenen die verloren zijn, welke gij gemaakt hebt?
97 12, 15| rechtvaardig, en acht het vreemd te zijn van uw macht, te veroordelen
98 12, 19| de mensen lieftallig moet zijn; en hebt uw kinderen goede
99 12, 25| kinderen die zonder verstand zijn.~
100 12, 26| beproeven, als zij waardig zijn.~
101 13, 1 | 1 VOORWAAR alle mensen zijn van nature ijdel, bij welke
102 13, 4 | dat zij zeer verwonderd zijn geweest over hun kracht
103 13, 7 | 7 Want met zijn werken omgaande, onderzoeken
104 13, 7 | die gezien worden schoon zijn.~
105 13, 10| 10 Maar het zijn ellendige mensen en al hun
106 13, 11| boom afgezaagd hebbende, al zijn schorsen rondom meesterlijk
107 13, 12| gebruikt hij de spaanders van zijn werk om spijze te bereiden,
108 13, 14| vermilloen en blanketsel, makende zijn kleur roodachtig, en overstrijkende
109 13, 17| Nochtans, biddende voor zijn goederen, en huwelijk, en
110 14, 5 | uwer wijsheid ledig zouden zijn, daarom vertrouwen ook de
111 14, 9 | 9 Want bij God zijn even hatelijk de goddeloze
112 14, 9 | hatelijk de goddeloze en zijn goddeloosheid.~
113 14, 11| tot een gruwel geworden zijn, en de zielen der mensen
114 14, 13| zullen in der eeuwigheid niet zijn.~
115 14, 15| door ontijdige rouw over zijn zoon, die hem haastig was
116 14, 15| beval degenen, die onder zijn gebied waren, godsdienstigheden
117 14, 16| en de gesneden beelden zijn door de geboden der tirannen
118 14, 17| niet konden tegenwoordig zijn, om hen te eren, omdat zij
119 14, 19| de prins behagen, heeft zijn best gedaan, om door zijn
120 14, 19| zijn best gedaan, om door zijn kunst, de gelijkheid op
121 15, 2 | ook zo wij zondigen; wij zijn uw, wetende uw kracht, maar
122 15, 6 | 6 Zulke mensen zijn beminnaars van kwade dingen,
123 15, 7 | tot reine werken dienstig zijn, en desgelijks alle, die
124 15, 8 | schuld der ziel hem zal zijn afgeëist.~
125 15, 9 | en acht het een eer te zijn, dat hij valse dingen maakt.~
126 15, 10| 10 Zijn hart is as, en zijn hoop
127 15, 10| 10 Zijn hart is as, en zijn hoop is slechter dan aarde,
128 15, 10| is slechter dan aarde, en zijn leven is verachter dan leem.~
129 15, 14| volks, die het onderdrukken, zijn allen zeer onwijs, en ellendig
130 15, 15| tasten, en welker voeten lui zijn om voort te gaan.~
131 15, 17| maakt hij een dode, met zijn onrechtvaardige handen;
132 15, 18| die de allervijandigste zijn; want verstandeloze, bij
133 15, 18| bij andere vergeleken, zijn nog erger.~
134 15, 19| 19 En zijn niet schoon om zo zeer begeerd
135 15, 19| andere dieren; maar zij zijn de lof Gods en zijn zegen
136 15, 19| zij zijn de lof Gods en zijn zegen ontvloden.~
137 16, 1 | 1 DAAROM zijn zij door dergelijke billijk
138 16, 3 | smaak zouden deelachtig zijn.~
139 16, 10| 10 Maar uw kinderen zijn ook zelfs van de tanden
140 16, 14| doodt wel een ander door zijn boosheid maar de geest die
141 16, 16| weigerende u te kennen, zijn door uw sterke arm gegeseld
142 16, 23| Daarentegen heeft het ook zijn eigen kracht vergeten, opdat
143 16, 24| alles geschapen hebt, strekt zijn kracht uit tot straf tegen
144 17, 1 | 1 WANT uw oordelen zijn groot en zwaar om te verhalen;
145 17, 1 | zwaar om te verhalen; daarom zijn de zielen, die niet onderwezen
146 17, 1 | zielen, die niet onderwezen zijn, verleid geworden.~
147 18, 6 | daarover goedsmoeds zouden zijn.~
148 18, 14| stilte waren, en de nacht in zijn snelheid half voorbij was,~
149 18, 21| brengende de wapenen van zijn dienst, namelijk het gebed
150 18, 24| grootmogendheid op de hoed van zijn hoofd.~
151 19, 6 | gehele schepsel werd in zijn aard wederom van nieuws
152 19, 6 | zouden onbeschadigd bewaard zijn, overschaduwde de wolk de
153 19, 16| zijnde, zocht elk de weg van zijn deur.~
154 19, 17| der dingen die geschied zijn.~
155 19, 19| krachtig in het water, hebbende zijn eigen kracht vergeten; en
156 19, 19| vergeten; en het water vergat zijn uitblussende natuur.~
|